Verbergen
Deze site bevat alleen archiefmateriaal! Ga voor de meest actuele informatie naar Amsterdam.nl

Bezwaar- en Beroepschriftafhandeling 2008

De strijd tegen overschrijding van afhandelingtermijnen
15 juni 2009

afbeedling2,3 miljoen besluiten nemen de diensten Wonen, Stadstoezicht, Persoonsgegevens, Werk en Inkomen en Belastingen in 2008. Tegen iets meer dan 3,5 procent daarvan is bezwaar aangetekend. Daarmee staan deze diensten én de Bestuursdienst voor de niet geringe taak ruim 82.000 bezwaren af te handelen.

In vergelijking met 2007 daalde het aantal bezwaarschriften in 2008 met in totaal 29.900 (-/- 26,7 procent). Vooral de daling van het aantal bezwaren tegen belastingaanslagen en WOZ-besluiten van de Dienst Belastingen is daar debet aan. In totaal ontving DBGA 29.307 bezwaren minder.

Tabel 1: Ontvangen bezwaarschriften per dienst
Tabel 1: Ontvangen bezwaarschriften per dienst

Toelichting per dienst:

  • De Dienst Wonen ontvangt in 2008 525 bezwaren voor de dienst zelf: de stedelijke–ontwikkeling-bezwaren. Dat is een stijging van 4,4 procent ten opzichte van 2007. Sociale en medische indicatie (274) is de grootste categorie van deze bezwaren.
  • Sinds 1 januari 2008 handelt de Dienst Wonen ook de bezwaren en beroepen af voor de Dienst Zorg en Samenleven (DZS). Deze hebben betrekking op de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). In 2008 zijn er 437 bezwaarschriften voor DZS, de zogenaamde zorgbezwaren. De grootste categorieën zorgbezwaren zijn: individueel vervoer (207) en hulp bij het huishouden (126).
  • In 2008 heeft Stadstoezicht 18 procent minder besluiten over parkeervergunningen genomen dan in 2007: 8.289 versus 10.077. Het aantal bezwaren is licht gedaald: van 2,7 naar 2, 2 procent.
  • In 2008 komen er 20.639 bezwaarschriften binnen tegen naheffingsaanslagen van Stadstoezicht, 814 minder dan het voorgaande jaar. Dat is een daling van 7,3 naar 6,9 procent. Het aantal bezwaren neemt toe in de categorie belparkeren. In 2007 zijn dat er 606 minder dan in 2008 (1.360). Deze stijging houdt gelijke tred met de stijging in het gebruik van belparkeren.
  • Het aantal auto’s dat Stadstoezicht en politie in 2008 hebben weggesleept, is vrijwel constant gebleven ten opzichte van 2007. De instroom bezwaarschriften tegen wegslepen is licht gedaald met 4,5 procent.
    Hierbij dient te worden aangetekend dat vanaf medio 2008 auto’s die in overtreding staan in een tijdelijke laad- en loshaven, niet meer worden weggesleept naar het bewaarterrein van Stadstoezicht, maar kosteloos worden verplaatst. Wel volgt er bij deze overtredingen een bekeuring. In 2007 kwamen er 207 bezwaren binnen van mensen van wie de auto was weggesleept in verband met een tijdelijke maatregel. In 2008 zijn dit er nog maar 122. Een daling van 41 procent.
  • Het aantal in 2008 door de dienst Persoonsgegevens ontvangen bezwaarschriften ten opzichte van 2007 is met 36 toegenomen, bijna 16 procent. Maar ten opzichte van de 269.147 besluiten van deze dienst blijft het bezwaarpercentage, 0,1 procent, onverminderd laag. De stijging wordt vooral veroorzaakt door bezwaarschriften tegen een besluit over adresonderzoek- en -correctie, en tegen de intrekking van taxiontheffing of de weigering een taxiontheffing af te geven.
  • De Bestuursdienst behandelt de bezwaren tegen de primaire besluiten genomen door of namens het College en door of namens de burgemeester, voor zover zij niet zijn genomen door (één van de) de vijf andere diensten die in dit verslag voorkomen.. Het gaat daarbij onder andere om besluiten over exploitatievergunningen en terrasvergunningen, sluitingen, noodbevelen, verwijderingsbevelen, evenementenvergunningen en kapvergunningen, subsidiebeschikkingen, het verwijderen van fietsen en wegslepen van boten, grootstedelijke bouwvergunningen zoals die voor de Zuidas en de Noord/Zuidlijn, schadevergoedingsbesluiten met betrekking tot de Noord/Zuidlijn en inburgeringsbesluiten.
  • Bij de Dienst Werk en Inkomen vermindert het aantal bezwaren met bijna 2 procent. Het aantal besluiten neemt echter ook af, met bijna 5 procent ten opzichte van 2007.
  • De Dienst Belastingen ontving 29.307 bezwaren minder dan in 2007 (-/- 36 procent). Daarbij was er sprake van meer opgelegde aanslagregels dan in 2007, in totaal een toename van 69.465 (+ 5 procent). De afname van het aantal bezwaren kan deels worden toegeschreven aan een betere werking van het vooroverleg over op te leggen aanslagen met grote belastingplichtigen zoals die aan woningcorporaties. Een andere mogelijke oorzaak is de gewijzigde frequentie van de herwaardering. Met ingang van 2008 vindt die jaarlijks plaats in plaats van eens in de twee jaar, waardoor waardeschommelingen tussen aanslagen minder groot zijn.

Bezwaar maken in 2008


Tabel 2: Verhouding besluiten en ingekomen bezwaarschriften in 2008 en 2007

Tabel 2: Verhouding besluiten en ingekomen bezwaarschriften in 2008 en 2007

De toename van het aantal besluiten in 2008 ten opzichte van 2007 bedroeg bijna 5 procent, van circa 2,2 miljoen naar 2,3 miljoen besluiten. In percentages ten opzichte van het aantal besluiten is het aantal bezwaren echter gedaald van 5 naar 3,6 procent.

(On)gegrond of niet-ontvankelijk

Een bezwaarschrift betekent in feite dat de bezwaarmaker de inhoud van een primair besluit ter discussie stelt. Honoreert de gemeente een bezwaar, dan kan dit betekenen dat het primaire besluit van gebrekkige kwaliteit is. Is het primaire besluit op onjuiste gronden genomen, dan is duidelijk dat de gemeente een fout heeft gemaakt. Denk aan het stopzetten van een uitkering, terwijl er wel recht op uitkering bestond.
Soms worden bezwaren ook gegrond verklaard op basis van nieuwe gegevens die de burger tijdens de bezwaarschriftprocedure levert. Het gaat dus om gegevens die bij het nemen van het besluit niet zijn meegewogen omdat de dienst er niet over beschikte.
Als een bezwaarschrift niet-ontvankelijk wordt verklaard, wordt het niet in behandeling genomen voor een heroverweging en zal er dus geen beslissing op het bezwaar genomen worden. Wij leggen het bezwaarschrift dan wel altijd voor aan de primaire afdeling voor een ambtshalve toetsing. Dit kan alsnog leiden tot een toekenning van de gevraagde voorziening. Dat kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van het feit dat het bezwaarschrift te laat is ingediend. Een bezwaarschrift kan echter ook niet-ontvankelijk worden verklaard als de bezwaarmaker geen belang (meer) heeft bij de beoordeling van het bezwaarschrift in kwestie.

Tabel 3: Gegrond, ongegrond en niet-ontvankelijk in 2008
Net als in voorgaande jaren kent de Dienst Belastingen een hoog percentage (deels) gegrond verklaarde bezwaarschriften. Dat geldt ook voor de Dienst Persoonsgegevens, en voor Stadstoezicht in de categorie naheffingen.

Tabel 3: Gegrond, ongegrond en niet-ontvankelijk in 2008

Toelichting per dienst:

  • Dienst Wonen: van de zorgbezwaren (betreffende Wmo) werd 72 procent ongegrond verklaard. Ten opzichte van het jaar 2007 (65 procent) is dit een stijging. Het beleid en de uitvoering van de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning en de Verordening van 1 januari 2007 kristalliseren zich blijkbaar meer uit, ook naar aanleiding van jurisprudentie. Hierdoor verbetert de kwaliteit van de primaire besluiten en stijgt het aantal ongegrondverklaringen.
  • Stadstoezicht: het hoge aantal gegrond verklaarde bezwaren in de categorie naheffingen heeft ook in 2008 weer deels te maken met jurisprudentie van de Hoge Raad. Als een burger achteraf alsnog een geldig parkeerkaartje toont, is de naheffing ongeldig opgelegd. In 4.429 van de in totaal 8.827 gegronde bezwaren is dit het geval geweest. Sinds medio 2006 wordt deze categorie stringenter bekeken, waardoor het aantal gegrondverklaringen is afgenomen. Worden de gevallen van alsnog getoonde geldige parkeerkaartjes niet meegerekend, dan komt het percentage gegrond verklaarde bezwaren uit op 23 procent, namelijk 4.398 van 19.224 bezwaren.
  • Bij de Dienst Persoonsgegevens wordt de 26,7 procent (deels) gegrond verklaarde bezwaarschriften vaak veroorzaakt doordat in de bezwaarfase nieuwe gegevens aangeleverd worden. Het primaire besluit, genomen op basis van de toen bekende gegevens, was in die gevallen vaak juist.
  • Bestuursdienst: het aantal gegrond verklaarde bezwaarschriften afgezet tegen het totaal aantal afgehandelde bezwaren was jarenlang erg laag (circa 5 procent), maar steeg in 2007 naar 20 procent. In 2008 is dit zelfs bijna 22 procent gegrond versus 78 procent ongegrond. In tabel 3 is het percentage gegrond overigens 12 procent omdat de niet-ontvankelijke bezwaren hier zijn meegewogen. De stijging in 2008 is vooral te wijten aan één ondeugdelijk gebleken besluit waartegen een groot aantal, gegrond verklaarde, bezwaren is ingediend.
  • Dienst Werk en Inkomen: de meest voorkomende oorzaken van een gegrondverklaring bij deze dienst zijn onvoldoende onderzoek en motivering, onjuiste toepassing wet- en regelgeving, en onjuiste toepassing van het beleid.
  • Dienst Belastingen: 65,4 procent van het aantal afgehandelde bezwaren tegen aanslagen is geheel dan wel gedeeltelijk gegrond verklaard en 60,6 procent van de afgehandelde bezwaren tegen WOZ-beschikkingen. De Dienst Belastingen is voor zijn gegevens sterk afhankelijk van de belastingplichtige zelf dan wel van externe bronnen. Van de gedeeltelijk gegronde bezwaren (47,4 procent bij aanslagen en 29,3 procent bij WOZ-beschikkingen) was het primaire besluit, naar de situatie op 1 januari, op correcte gronden genomen maar door wijzigingen later in het jaar heeft er alsnog een aanpassing plaatsgevonden.
    Er is sprake van een niet-ontvankelijk bezwaarschrift als de bezwaartermijn van zes weken na de dagtekening van de belastingaanslag door de Dienst Belastingen, is overschreden. Als uit onderzoek blijkt dat de aanslag toch moet worden verminderd of vernietigd of dat de aanslag correct is, zal dat in het aanslagbedrag tot uiting komen. De aanslag wordt dan ambtshalve behandeld. De uitspraak luidt voor deze groep dat het bezwaarschrift niet-ontvankelijk is. Beroep is dan niet meer mogelijk tegen de inhoud van de uitspraak maar uitsluitend tegen de niet-ontvankelijkheid.

De (on)tijdige afhandeling van een bezwaarschrift

De wettelijke termijn voor een beslissing op bezwaar is in beginsel zes weken (42 dagen), maar kan oplopen tot tien weken (zeventig dagen) als gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid tot verlenging. Stadstoezicht kent voor wegsleep- en parkeervergunningzaken een afwijkende termijn van zeventig dagen, met een verlengingsmogelijkheid naar 98 dagen.
De meeste diensten handelen de bezwaarschriften - met gebruikmaking van de mogelijkheid tot verlenging - binnen de toegestane termijn af.
De Dienst Belastingen en de Dienst Stadstoezicht, die beide voor fiscale zaken een termijn van één jaar kennen, hanteren eigen normtijden en kunnen de burger vaak binnen een jaar van de beslissing op de hoogte brengen.

Tabel 4: Gemiddelde afhandelingduur in dagen in 2008 en 2007

Tabel 4: Gemiddelde afhandelingduur in dagen in 2008 en 2007

Tabel 5: Afgehandelde bezwaarschriften binnen wettelijke termijn in 2008 en 2007

Tabel 5: Afgehandelde bezwaarschriften binnen wettelijke termijn in 2008 en 2007

In 2008 is 95,2 procent van het totaal aantal bezwaren (zie tabel 3) van de zes besproken diensten binnen de wettelijke termijn afgehandeld en circa 4.500 bezwaren (4,8 procent) buiten de voorgeschreven termijn.

Toelichting per dienst

  • Dienst Wonen: de personele onderbezetting, de toename van het aantal bezwaren, de groei van de werkvoorraad, maar ook de lange tijd die vaak nodig is voor een (medisch) advies vertalen zich meteen in het oplopen van de gemiddelde doorlooptijd van bezwaarzaken naar 79 dagen in 2008. Voor de stedelijke-ontwikkeling-bezwaren is de doorlooptijd gestegen van 58 (in 2007) naar 76 dagen gemiddeld. Op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is meer, zorgvuldiger en gedetailleerder onderzoek nodig dan ten tijde van de Wet Voorziening Gehandicapten.
  • Stadstoezicht: hoewel de wettelijke termijn 1 jaar bedraagt, bestaat bij de afhandeling van bezwaren tegen naheffingsaanslagen sinds jaren een streeftermijn van zes tot tien weken. In 2008 heeft Stadstoezicht extra mensen ingezet om de afhandeltermijn nog verder te verkorten. Deze inspanningen hebben resultaat gehad. Van de afgehandelde zaken in 2008 was 99 procent binnen zes weken afgehandeld. In 83 procent van de gevallen lukte het zelfs het bezwaar binnen vier weken af te handelen.
  • Bij de Dienst Persoonsgegevens kwam de gemiddelde afhandelingduur in 2008 weer onder de wettelijk toegestane termijn. In 2007 besteedde de dienst veel tijd aan het wegwerken van oude dossiers en dat resulteerde toen in een overschrijding.
  • Bij de Bestuursdienst is de gemiddelde netto-doorlooptijd van de in 2008 afgehandelde zaken ruim hoger dan in 2007. Belangrijke oorzaak van deze overschrijding van de wettelijke termijn is de complexiteit van veel bezwaren, die vaak te maken heeft met de unieke of uiterst beleidsgevoelige aard ervan. Verder is er sprake van een grote toename van de werkvoorraad en het vertrek van ervaren personeel.
  • De Dienst Werk en Inkomen weet in 2008 de gemiddelde behandeltijd van 39 dagen te handhaven. De dienst consolideert daarmee de neergaande lijn die in 2003 al is ingezet.
  • De dienst Belastingen hanteert alleen een bruto-doorlooptijd. Na aftrek van de bezwaarschriften die zeer veel afhandelingtijd nemen, komt de gemiddelde doorlooptijd uit op 126 dagen.

De Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen

De Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen treedt uiterlijk op 1 januari 2010 in werking. Deze wet beoogt een snelle beslissing over aanvragen van burgers, bijvoorbeeld voor vergunningen, maar ook een snelle beslissing op bezwaarschriften. Een overheid die niet tijdig beslist, overschrijdt de beslistermijn. De burger krijgt dan de mogelijkheid een bestuursorgaan in gebreke te stellen, daarmee de overheid manend alsnog zo snel mogelijk te beslissen. Het bestuursorgaan moet een dwangsom betalen die ingaat op de vijftiende dag na overschrijding van de beslistermijn. De dwangsom loopt ten hoogste 42 dagen en bedraagt maximaal € 1260,-.

Mede naar aanleiding van de invoering van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen is ook besloten om de beslistermijnen op een bezwaarschrift en op een verzoek om informatie krachtens de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) aan te passen. Landelijk gezien worden deze termijnen in de praktijk vaak niet gehaald, terwijl organisatorische maatregelen lang niet altijd een oplossing bieden. De aanvang van de nieuwe termijn zal plaatsvinden op de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. Bovendien wordt de verlenging van de beslistermijn zes in plaats van vier weken.

Alle zes betrokken diensten zullen met deze wet te maken krijgen. In 2008 is 95,2 procent van de bezwaren van de zes besproken diensten binnen de wettelijke termijn afgehandeld en circa 4,8 procent van de bezwaren buiten de voorgeschreven termijn (circa 4.500 bezwaren). Dit is slechts een indicatie van het aantal bezwaren waarbij de Wet dwangsom en beroep, bij niet tijdig beslissen, van toepassing zou kunnen zijn als deze regeling nu al van kracht was. Een goede schatting van de mogelijk te verwachten kosten vanaf 2010 voor opgelegde dwangsommen is niet te maken. De gemiddelde overschrijdingsduur is namelijk niet bekend. Bovendien worden de beslistermijnen langer. De zes diensten zijn op de goede weg wat betreft de voorbereiding op de invoering van de wet. Onderzocht wordt of een hogere inzet van capaciteit en meer sturing op termijnbewaking mogelijk is.

-----