In het kort
Mensen met een verhaal, Amsterdamse buurten zitten er vol mee. Soms komen ze van ver, soms zijn ze hier geboren en getogen. Deze maand vertelt Ruud Zegers over zijn metaaldraaierij aan de Nieuwe Keizersgracht. Ooit opgezet door zijn vader en nu nog volop in bedrijf.
Op deze pagina
Mensen met een verhaal, Amsterdamse buurten zitten er vol mee. Soms komen ze van ver, soms zijn ze hier geboren en getogen. Deze maand vertelt Ruud Zegers over zijn metaaldraaierij aan de Nieuwe Keizersgracht. Ooit opgezet door zijn vader en nu nog volop in bedrijf.
Eigenlijk hoeft hij niet meer zo vroeg op te staan, maar toch gooit Ruud Zegers (61) elke ochtend om half acht de deuren van zijn metaaldraaierij open. Eerst komen dan de mannen, die op weg naar hun werk een kwartiertje stoppen voor een kopje koffie en een praatje. Dan de honden, die een koekje krijgen, en de kinderen, voor elke dag één snoepje. Tegen de tijd dat de metaaldraaier aan het werk kan, is het negen uur geweest. Dan kijkt hij eerst eens rustig wat er in de orderportefeuille zit. Een slijpkop voor de diamantindustrie, de schroefas van een boot, een machineonderdeel, een tandwiel of een fietsstang.
Klapschaats
Soms komt er zelfs vanzelf een uitvindinkje uit. Zo bedacht Zegers een katrol waarmee je jezelf uit een brandend pand zou kunnen redden. En, net een paar maanden te laat, de klapschaats. En lost hij problemen op voor zijn klanten, waar niemand dat eerder gelukt is. 'Dan vind ik dit werk het leukst: als iemand zegt dat het eigenlijk niet kan, dat er geen oplossing is. Eindeloos kan ik dan zitten puzzelen totdat het me toch gelukt is. Weet je wat het is? Niemand doet dit werk nog. De meeste bedrijven doen seriewerk, waarin het vooral gaat om grote hoeveelheden. Zij hebben de mensen ook niet meer die vakman genoeg zijn om ook dingen die minder standaard zijn aan te kunnen. Daarom krijg ik klanten uit het hele land. Mensen die vaak al van alles geprobeerd hebben. Kijk, in deze wereld wordt alles weggegooid als het kapot is. Dat vind ik zonde. Ik kan bijna alles maken.'
Zestig cent per uur
Zo lang Ruud Zegers zich kan herinneren, is de metaaldraaierij aan de Nieuwe Keizersgracht er geweest. Zijn vader nam de werkplaats over in 1943. Repareerde er fietsen, machines, bootjes. Had een stalling voor zowel fietsen als de kinderwagens van het nabijgelegen tehuis voor ongehuwde moeders. En in de hongerwinter maakte hij er vooral noodkacheltjes, zodat de mensen uit de buurt zichzelf en hun eten tenminste nog een beetje konden verwarmen. In 1946 kon hij, met wat geld van zichzelf en wat subsidie van de Marshallhulp, een nieuwe draaibank kopen. 'Ik kan me dat nog goed herinneren. Een jaar of zes was ik en op een ochtend werd er een groot krat gebracht met de Amerikaanse vlag erop. O, wat was ik trots! Mijn vader had iets dat helemaal van de andere kant van de wereld kwam! En waar hij de handtekening van de burgemeester voor nodig had gehad. Erg indrukwekkend.'
Al snel rolde de jonge Ruud het bedrijf in. 'In het begin hielp ik mijn vader met van alles. En toen ik er de leeftijd voor had, ging ik naar de ambachtsschool en later naar de Draka, de draad- en kabelfabriek, waar ik vier jaar achter de draaibank stond. Zestig cent per uur, ook werken op zaterdag. Ik vond het niks, zo'n groot bedrijf, waar altijd wel iemand was die je op de vingers keek. Dus zodra mijn vader het goed vond, ging ik bij hem in de zaak. Eerst in dienst bij hem, later had ik mijn eigen klanten. Twintig was ik, en ik ben nooit meer weggegaan. Van alles heb ik gedaan: veel gewerkt in de scheepsbouw, voor particulieren, voor een groot transportbandenbedrijf, zelfs voor de diamantindustrie. En als je in de Hollandsche Schouwburg komt en daar de eeuwige vlam ziet, dan weet je vanaf nu dat ik de branderkop gemaakt heb. Nee, ik heb altijd hard gewerkt. Zo gaat dat nu eenmaal als je je bedrijf aan huis hebt.'
Roetwolk
'Ook buiten openingstijd willen mensen nog wel eens aanbellen. En als je in het weekend dicht bent, vinden ze dat maar niks. Dat komt niet alleen omdat ze mijn handwerk zo waarderen. Dit bedrijf, mijn vrouw en ik, wij zijn ook een soort brandpunt van de wijk. Iedereen komt hier voor een babbeltje en een kopje koffie. Soms zitten we met vijf, zes mensen op de stoep zwijgend uit te kijken over het water. Vroeger vierden we ook nog regelmatig feestjes. En namen we de buurtbewoners elk jaar een paar keer mee op onze boot. Begin jaren zeventig had ik namelijk een patrouilleboot van de Amerikaanse kustwacht gekocht. Een geweldig schip, maar het maakte een vreselijke herrie en als wij langskwamen veranderde de gracht even in één grote zwarte roetwolk. Maar niemand klaagde. Want regelmatig laadden we iedereen in en voeren we naar IJmuiden of het IJsselmeer over. Hapje, slokje, de gitaar mee en lekker zingen. Dat was hartstikke gezellig. In de loop van de tijd is dat wat minder geworden. Niet alleen omdat we de boot verkocht hebben. Ook de wijk is veranderd. Een tijd lang woonden er nauwelijks gezinnen en alleenstaande yuppen hebben meestal geen zin in dit soort dingen. De meeste bedrijven zijn ook uit de straat verdwenen. Vroeger zaten er alleen in dit pand al een grossier van rijwielonderdelen, een handelsonderneming, het kantoor van een kunsthandel, een staalboekenfabriek en een reizende bibliotheek. Nu zijn wij als laatste overgebleven. Maar wij gaan nergens anders heen. Ik blijf hier lekker zitten. Een beetje werken, een beetje kletsen met de mensen uit de buurt, wat uitkijken over het water, lopen met de honden. Een geweldig leven toch? Zeg nou zelf!'
Sportief geweldRuud Zegers werkt niet alleen, maar maakt ook graag een tochtje in zijn Triumph-TR3 (uit 1961) of in de Austin-Healey uit '64, zo vertelt hij in de Plantage-Weesperbuurtkrant. 'Mijn vader had in 1961 een nieuwe MGA-sportwagen gekocht. Tot zijn dood, in 1970, hebben we er samen in gereden. Zelf had ik een Triumph-TR3, ook uit 1961, op de kop kunnen tikken. Die heb ik helemaal opgeknapt. Toen vader was overleden, verkocht ik in een sombere bui zijn MG. Van dat geld kon ik een Austin-Healey van de sloop redden. Ook deze auto uit 1964 heb ik weer in nieuwstaat gebracht. Beide wagens 'wonen' nu achter in de werkplaats en zo nu en dan gaan we er de weg mee op' |