In het kort
Staatssecretaris Rick van der Ploeg maakte kortgeleden bekend dat de Amsterdamse binnenstad ongeveer tweehonderd nieuwe rijksmonumenten rijker is geworden. Het zijn 'jonge' monumenten. De komende tijd zullen ook zo'n 350 tot 400 jonge monumenten (periode 1850-1940) in de stadsdelen tot rijksmonument promoveren.
Staatssecretaris Rick van der Ploeg maakte kortgeleden bekend dat de Amsterdamse binnenstad ongeveer tweehonderd nieuwe rijksmonumenten rijker is geworden. Het zijn 'jonge' monumenten. De komende tijd zullen ook zo'n 350 tot 400 jonge monumenten (periode 1850-1940) in de stadsdelen tot rijksmonument promoveren.
'Dus, de Bijenkorf en Peek & Cloppenburg mogen niets meer aan hun winkelpand veranderen, laat staan slopen.' Het is een begrijpelijke, maar ook een foute gedachtengang. Weliswaar zijn beide warenhuizen op de rijksmonumentenlijst geplaatst, dat wil niet zeggen dat 'alles' nu verboden is. Integendeel zelfs. 'Je mag als eigenaar van een monument alles doen. Als je maar een monumentenvergunning hebt', vertelt hoofd beleid & bescherming Jan van Zelst van Bureau Monumentenzorg.
Amsterdam is verreweg de belangrijkste monumentenstad, met ongeveer 7.000 rijksmonumenten. Daar komen binnenkort in totaal zo'n zeshonderd monumenten bij, die zijn gebouwd tussen 1850 en 1940. Voorbeelden van de nieuwe monumenten zijn de Effectenbeurs, het Hirsch-gebouw, Hotel de l'Europe, Doelen-hotel, Schiller-hotel, de Wintertuin van Krasnapolsky, de standbeelden van Rembrandt en Thorbecke.
Beschermd stadsgezicht
Het aanwijzen van de zeshonderd monumenten begon zestien jaar geleden met een inventarisatie. Er ontstond een lijst voor heel Nederland met 165.000 (!) objecten. Een strenge selectie volgde, want de minister wilde niet meer dan veertienduizend rijksmonumenten. Amsterdam scoorde er zeshonderd.
Daarnaast krijgen in de binnenstad duizend objecten de status van gemeentelijk monument. De stadsdelen zullen er, na besluitvorming, naar verwachting zo'n vijfhonderd gemeentelijke monumenten bijkrijgen. Ook ligt er een voorstel drie beschermde stadsgezichten aan te wijzen: een groot deel van Noord, de Pijp en de Admiralenbuurt. De ministeries van Vrom en Ocw beslissen hierover. Een beschermd stadsgezicht heeft een lagere status dan een rijksmonument, maar het betekent wel extra aandacht voor de cultuur-historische waarden.
Kwaliteitsachterstand
Op financieel gebied leggen de nieuwe monumenten weinig gewicht in de schaal, omdat het nog geen tien procent uitmaakt van het totale monumentenbestand. Het bedrag dat het rijk beschikbaar stelt voor restauratie in Amsterdam groeit van 14,7 miljoen gulden (6,7 miljoen euro) tot 15,3 miljoen gulden (6,9 miljoen euro). Daarnaast is er 15 miljoen gulden (6,8 miljoen euro) uit het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing gereserveerd voor monumenten.
'Samen is dat een fors bedrag', meent Van Zelst. 'Zeker als je bedenkt dat een huiseigenaar voor iedere gulden er zelf ruim 3,50 gulden bij legt. Bovendien zijn er voor rijksmonumenten nog fiscale tegemoetkomingen. Er wordt dus jaarlijks ruim honderd miljoen gulden (ruim 45 miljoen euro) geïnvesteerd in de gesubsidieerde restauraties.'
Een fors bedrag is ook nodig. Van Zelst: 'Er is een flinke kwaliteitsachterstand bij de restauratie. Ook zijn er verborgen gebreken. De gevel ziet er dan goed uit, maar het dak is bijvoorbeeld slecht. Dat zie je wel bij huizen boven winkels. Het inhalen van de achterstand verloopt goed. Aan de ene kant wil je natuurlijk altijd meer, maar aan de andere kant is het de vraag of de bouw grotere hoeveelheden werk aan kan. Bovendien kun je eigenaars ook niet dwingen.'
Nog jongere monumenten
Nu de waardevolle objecten van vóór 1940 bekend zijn, is het tijd voor de volgende stap: monumenten uit de periode 1940 - 1965. 'We kijken nu om ons heen of er interessante objecten zijn. Je ziet dat de stedebouwkundige opzet belangrijker wordt dan de individuele huizen, zoals in de westelijke tuinsteden. De huizen zelf zijn dikwijls niet monumentaal, maar de wijk is wel van groot cultuur-historisch belang, met de doorkijkjes, het groen en het water. Nu liggen er plannen om daar dertienduizend woningen te slopen. Dus moeten we attent zijn, anders is het gesloopt voordat duidelijk is wat nu precies die cultuurhistorische waarde inhoudt.'
Geen Anton PieckZoals de uitbreiding van Schiphol ondenkbaar is zonder milieu-effectrapportage (Mer), zo moet er bij grootschalige bouwplannen altijd een cultuur-historische effectrapportage (Cher) komen. Althans, dat vindt Bureau Monumentenzorg. Het College moet nog beslissen of de Cher er komt. |