In het kort
Mensen met een verhaal, Amsterdamse buurten zitten er vol mee. Soms komen ze van ver, soms zijn ze hier geboren en getogen. Deze maand het tragische levensverhaal van de Spaanse 'gastarbeider' Ramón Orgaz-Portillo die op jonge leeftijd naar het luilekkerland Nederland kwam.
Mensen met een verhaal, Amsterdamse buurten zitten er vol mee. Soms komen ze van ver, soms zijn ze hier geboren en getogen. Deze maand het tragische levensverhaal van de Spaanse 'gastarbeider' Ramón Orgaz-Portillo die op jonge leeftijd naar het luilekkerland Nederland kwam.
Zesentwintig jaar oud was Ramón Orgaz-Portillo toen hij in 1963 naar Nederland kwam. Het leven in Spanje was hard geweest, met nauwelijks genoeg te eten en maar af en toe werk. Vrienden in Duitsland en Nederland hadden hem geschreven over mogelijkheden en gouden bergen, en dat was een aantrekkelijk perspectief. 'En Nederland kon iedereen gebruiken die niet bang was voor een beetje doorwerken. Het was heel simpel: je schreef een brief naar een bureau in Nederland en als je wilde kon je een week later al komen.' Het was een emotioneel afscheid. 'Ik had vlak voor mijn vertrek een meisje leren kennen, en mijn hart brak toen ik haar alleen moest laten. We huilden, ik ook. De hele weg naar Nederland huilde ik, van binnen.'
Luilekkerland
Aangekomen bleek al snel dat Nederland niet het luilekkerland was dat Ramón was voorgespiegeld. 'Het was november, er zat ijs op de bomen, er lag een dikke laag sneeuw. Ik had het nog nooit van mijn leven zo koud gehad. En ook de mensen waren killer dan ik had gedacht. Ik kan me nog herinneren dat ik in Amsterdam op straat liep en bij een winkel vroeg of ik even mocht plassen. Nee, zeiden ze, het toilet was alleen voor privé-gebruik. Daar begreep ik niets van.'
Ook het werk was niet wat hij verwacht had. 'In Spanje had ik geleerd voor tegelzetter. Dat was mijn beroep, daar was ik heel goed in. Maar hier kwam ik terecht in een fabriek die varkensvoer maakte. De hele dag moest je staan, met je armen in de prut. De stank was verschrikkelijk. Daar kwam bij dat de fabriek in Hoorn stond en ze ons hadden ondergebracht in Aalsmeer. In kleine hokjes van drie bij drie meter, die je met z'n vieren moest delen. Voor de douche moest je extra betalen, net als voor het eten.'
Heimwee
'Per week verdiende ik 45 gulden, waarvan ik 35 kwijt was aan het pension. Acht gulden stuurde ik naar huis en van de rest kocht ik sigaretten en af en toe een glas wijn. Ik weet nog wel dat er tijden zijn geweest dat ik me afvroeg waarom ik in godsnaam naar Nederland was gekomen. Want ook de heimwee was verschrikkelijk. 's Nachts droomde ik van thuis: de geuren, het licht, de warmte, mijn vriendin, mijn familie. Maar als ik 's ochtends opstond was er alleen maar de grijsheid van Nederland.'
Trouwen met de handschoen
Na vier jaar dreigde Ramón ten onder te gaan aan de eenzaamheid. De oplossing was het naar Nederland halen van het meisje waar hij in Spanje zo verliefd op was geworden. 'We trouwden met de handschoen. Zij daar met mijn broer, die namens mij de handtekeningen zette, ik hier in een soort ceremonie waarbij een pastoor de rol van mijn vrouw speelde. De volgende dag zou ze op Schiphol aankomen, maar ik kon haar nergens vinden.
Wachten
Het heeft nog vier dagen geduurd voordat ze eindelijk in Nederland was. Mijn vrouw was een meisje van het platteland; ze had niet geweten hoe ze zich op een vliegveld moest gedragen en geduldig in de vertrekhal zitten wachten tot ze haar kwamen ophalen. Maar dat gebeurde natuurlijk niet. Uiteindelijk heb ik mijn broer naar haar toegestuurd om haar bij de deur van het vliegtuig af te leveren. Moet je nagaan hoe groot de overgang was voor haar!
Zolderkamer
Ik woonde inmiddels in Amsterdam, in een kamertje op een zolder. Ook klein en koud en gehorig, maar in ieder geval hoefden we het niet met anderen te delen. Mijn werk was ook een beetje verbeterd. Ik stond wel nog steeds in de fabriek, maar het maken van gordijnen en linoleum was in ieder geval niet zo vies. En af en toe kregen we van onze Nederlandse onderburen iets extra's te eten. Een kip, een pakje boter.'
Een echt huis
Na zes jaar kregen Ramón en zijn vrouw een echt huis toegewezen. Maar in plaats van een oplossing, werd dat het begin van het drama dat hun leven zou aantasten. 'We woonden op de eerste verdieping van een flat. Boven ons zat een Turks gezin, met zes kinderen. Al snel begonnen ze mijn vrouw, die klein en kwetsbaar was, te terroriseren. Eerst door veel lawaai te maken, daarna door de deur in te trappen en alles van ons te stelen. Ons eten, onze telefoon, spullen uit het huis.
Het ging van kwaad tot erger; als ik thuis kwam had mijn vrouw zich vaak verstopt in een kast of onder het bed. Ze werd steeds zenuwachtiger, banger. En op een middag is ze uit het raam gesprongen. Elk botje in haar lijf was gebroken, er kwam bloed uit haar hoofd. En wat nog het ergste was, was dat ze niet meer aanspreekbaar was. Gek geworden, ik kan het niet anders zeggen. Helemaal doorgedraaid. Zeven maanden heeft ze in het ziekenhuis gelegen. Eerst om haar lichaam weer heel te maken, daarna voor haar hoofd. Maar eigenlijk is het nooit meer goed gekomen. Natuurlijk zijn we daarna verhuisd en is ze weer bij mij komen wonen, maar ze moest vaak naar de dokter en de rest van haar leven was ze ook in behandeling bij een psychiater.'
Geen kinderen
Om het allemaal nog erger te maken bleek vlak daarna dat Ramón en zijn vrouw geen kinderen konden krijgen. 'Dat hebben we allebei heel erg gevonden. Maar nu ben ik er wel blij mee. Sinds de sprong van mijn vrouw was ze eigenlijk nergens meer toe in staat. Ik kookte, deed de boodschappen, maakte het huis schoon, zorgde voor de sociale contacten. Ik weet niet of ik daarnaast ook nog voor kinderen had kunnen zorgen.' Een paar maanden geleden overleed de vrouw van Ramón aan borstkanker. 'Ze had al tijden kleine en grote rode vlekken op haar borst, maar weigerde naar de dokter te gaan. Omdat ze hem niet verstond, dacht ze dat hij haar iets zou aandoen. Ook toen ze wist dat ze kanker had, wilde ze niet geholpen worden. Zo is ze dood gegaan.'
Ramón's vrouw ligt begraven in Spanje, het land dat altijd haar thuis gebleven is. Voor haar man is dat anders. 'Als ik met vakantie de Spaanse douane nader, ben ik ontzettend blij en opgewonden. Maar als ik weken later weer terugrij naar Nederland, springt mijn hart bijna uit mijn lijf. "Thuis", denk ik dan. Ondanks alles.'
Migranten zeer welkom'Spanning stijgt op arbeidsmarkt', schrijft het Nieuws van de Dag in 1961. 'Alleen al in Amsterdam bestaat momenteel een reëel tekort van ongeveer 20.000 arbeidskrachten, waarvan de helft vrouwelijk.' Door een hoog geboortecijfer en tengevolge daarvan een oververtegenwoordiging van jongeren in de samenstelling van de bevolking, kent Nederland tot circa 1960 geen tekorten op de arbeidsmarkt. Tot we 'verrast' worden door de zeer snelle economische groei in de jaren zestig en ons land actief op zoek gaat naar wat toen heette 'gastarbeiders'. Overigens trekt Amsterdam in die beginjaren niet alleen buitenlandse arbeidskrachten aan, maar schrijft de Volkskrant ook over 'de import van arbeiders uit Friesland'. Van de naoorlogse Zuid-Europese immigranten komen de Italianen het eerst naar Nederland. Spoedig volgen de Grieken en Spanjaarden. 'Amsterdam tevreden over Spaanse arbeiders', meldt de Volkskrant in 1961. Het gaat dan om een nog gering aantal: in augustus van dat jaar zijn er 52 Spanjaarden in de hoofdstad aan het werk. In 1964 werft Nederland actief de eerste Turken, gevolgd door inwoners uit voormalig Joegoslavië, Marokko en Portugal. Rond 1970 nemen zo'n 100.000 mensen van buitenlandse komaf deel aan het productieproces. In het Gemeentearchief deze en volgende maand de tentoonstelling 'Het gezicht van Amsterdam', de geschiedenis van migranten in beeld gebracht. |