Zoeken
Pad tot huidige pagina
Verbergen
Deze site bevat alleen archiefmateriaal! Ga voor de meest actuele informatie naar Amsterdam.nl

De Nieuwe Ooster: 'Het mooiste park van Amsterdam'

3 april 2007

In het kort

Amsterdam.nl maakt een rondgang langs bekende en minder bekende gemeentediensten bedrijven en stadsdelen. We praten met een jonge en een oudere medewerker. Wat maakt hun werk zo interessant? En wat is er veranderd in vergelijking met vroeger?


Amsterdam.nl maakt een rondgang langs bekende en minder bekende gemeentediensten bedrijven en stadsdelen. We praten met een jonge en een oudere medewerker. Wat maakt hun werk zo interessant? En wat is er veranderd in vergelijking met vroeger?

Het is een prachtige dag op De Nieuwe Ooster, in de Watergraafsmeer. Ja, waarschijnlijk niet voor de mensen die hier vandaag een geliefde komen begraven. En dat zijn er velen; de rouwstoeten rijden af en aan en op de bankjes rondom de aula zoeken mensen troost bij elkaar, vaak met grote bossen bloemen naast zich. Maar de zon schijnt en er waait een aangenaam herfstbriesje door de bladeren van tientallen verschillende bomen op het terrein. De grootste begraafplaats van Nederland, zegt Etienne Maes (59) trots. En dat klinkt alsof het eigenlijk ook een beetje zíjn achtertuin is. Wat natuurlijk klopt, want Maes werkt hier al sinds 1969, toen hij als 25-jarige Belgische steenhouwer, na een huwelijk, in Amsterdam terechtkwam. En sindsdien is de Nieuwe Ooster een soort thuis. Hier maakte hij zijn carrière. Steenhouwer, graven maken en sluiten, begrafenisbegeleider. En zag hij de wereld veranderen. Ik ben nu aan de zesde directeur toe, zegt hij grijnzend. Vandaar dan ook dat hij tijdens het gesprek het meest aan het woord is. Want Wim van Midwoud (46) zit hier net een jaar. Landschapsarchitect is hij van zijn vak en eigenlijk zijn het de bomen en de planten waar hij zich op de begraafplaats het best bij op zijn gemak voelt. En wat hij weet van de ontwikkelingen in het uitvaartwezen heeft hij nog maar zeer gedeeltelijk uit ervaring.

Cremeren sinds 1991

Nee, dan Maes: Toen ik hier kwam was alles anders. Honderd man werkten er en elk jaar werden er zon vierduizend mensen begraven. Nu doen we het met vijftig en de helft minder begrafenissen. Of ik zou eigenlijk moeten zeggen: begrafenissen en crematies. Want vooral die laatsten hebben de afgelopen twintig jaar de overhand genomen. Je kunt het je nauwelijks meer voorstellen, maar pas sinds de nieuwe Wet op de Lijkbezorging van 1991 is cremeren in Nederland officieel toegestaan. Ik kan me nog heel goed herinneren dat we alleen maar begroeven. Katholieken cremeerden niet en zelfs als er een protestantse uitvaart was, waren er voorgangers die de dienst niet wilden doen als er een crematie op volgde. Dat is pas begin jaren zeventig veranderd. Hoewel ik toen nog wel processen verbaal stond uit te schrijven. Dat was een formaliteit, maar moest wel gebeuren: per slot was het bij de wet verboden.

En ook mijn werk als steenhouwer is ingrijpend veranderd. In het begin zaten we de hele dag buiten te werken, of het nou regende of sneeuwde. Hakken deed je buiten. Binnen kwam je alleen als de letters moesten worden ingeschilderd of om een kopje koffie te drinken. Daar draag ik nu ook wel de gevolgen van. Mijn knieën zijn versleten, mijn heupen, mijn rug. En tillen en graven, wat we natuurlijk toen veel deden, lukt ook niet meer zo lekker.

Midlifecrisis

Dan heeft Wim van Midwoud het makkelijker gehad. Tot vorig jaar werkte hij bij een steeds groter wordend bureau in landschapsbeheer. Hij maakte er carrière, werd ontwerper en manager, maar hoe meer je op kantoor zit, hoe minder je te maken hebt met groen. En dat begon ik te missen. Midlifecrisis zullen we het maar noemen. Toen deed zich deze kans voor. Baas van alles wat hier in de buitendienst zit: grafdelvers, hoveniers, de mensen die hier de zaak schoon en netjes houden. In het mooiste park van Amsterdam. Want dat was de verrassing. Ik was hier nog nooit geweest en viel als een blok voor al het prachtige groen hier. Natuurlijk heb ik nog wel een cursus op het gebied van het uitvaartbedrijf gedaan en veel gelezen. Maar mijn hart gaat in eerste instantie uit naar het groen. Hoewel ik natuurlijk wel goed om me heen kijk.

Dode kinderen

Maar ook van ervaren krachten als Maes kan Van Midwoud veel leren. De ontwikkelingen op de begraafplaats spiegelen die in de wereld erom heen, zegt Maes. Vroeger hadden we bijvoorbeeld veel algemene graven, die mensen voor korte tijd huren en waarbij de plek door ons wordt uitgekozen. Nu is dat nauwelijks meer zo. Mensen die nu kiezen voor begraven, zoeken met zorg een plaats uit, besteden ruim geld aan een monument en zorgen er doorgaans heel goed voor.

Ook het sóórt begrafenissen is enorm veranderd. Destijds lieten nabestaanden veel aan ons over. De mondigheid was een stuk minder en veel rituelen lagen ook vast. De diensten leken op elkaar en waren weinig persoonlijk. Nu kán alles en dat gebeúrt ook. Ik kan me nog goed herinneren dat we begin jaren tachtig een van de eerste uitvaarten voor een aids-dode hadden. De kist was rood, de begraafplaats was de hele middag afgehuurd en de champagne vloeide rijkelijk. Op het moment is eigenlijk elke uitvaart anders. En ze emotioneren mij vaak nog steeds. Natuurlijk als het gaat om dode kinderen, maar daar zie je aankomen dat je het moeilijk gaat krijgen. Soms overvalt het me. Ik kan me nog van jaren terug herinneren, bij een oude vrouw, die door haar kinderen en kleinkinderen zó liefdevol en persoonlijk herdacht werd, dat ik heb staan janken in de aula.

Meer ene bedrijf

Van Midwoud: En wat mij als relatieve nieuwkomer opvalt is dat er zoveel verschillende nationaliteiten hier liggen. Armeniërs hebben we, ex-Joegoslaven, Zigeuners, heel veel Surinamers. En hoe kleurrijker Amsterdam wordt, hoe meer variatie er ook bij ons te vinden is. Dat zie je trouwens dan ook direct in het sóórt begrafenis dat gehouden wordt. De hoeveelheid mensen, de manier waarop, soms is er zelfs geen kist maar een lijkwade.

Maes: Ook onze wereld is flexibeler geworden. Tegenwoordig draait alles om de nabestaande en wat diens vaak hele persoonlijke wensen zijn. Vroeger was het veel uniformer, meer een bedrijf. Nu proberen we eigenlijk altijd de nabestaande zo goed mogelijk te helpen. Ik geloof niet dat we ooit "nee" zeggen. Ja, wel eens als iemand persé begraven wil worden op een plaats die al een andere bestemming heeft, natuurlijk. Maar verdernee.

Van Midwoud: Ook De Nieuwe Ooster gaat steeds meer met zijn tijd mee. Binnenkort beginnen we met een omvangrijk renovatieproject, dat jaren gaat duren en dat delen van de begraafplaats weer in zijn oude glorie herstelt en andere aanpast. Zo denken we aan een speciale plek waar Moslims begraven kunnen worden en aan een uitbreiding van de urnenwallen. Tja, als buitenstaander zou je het niet zeggen, maar een begraafplaats is een van de meest dynamische bedrijven die er zijn.

De Nieuwe Ooster

In 1892 werd De Nieuwe Oosterbegraafplaats in de vorm van een landschappelijk wandelpark ontworpen door tuinarchitect L.A. Springer. De gebouwen, twee kleine wachtruimtes en een kantoor, werden ontworpen door stadsarchitect Weissman. Al snel bleek grote behoefte te zijn aan een Aula, waarin in alle rust en onder alle weersomstandigheden toespraken en muziek te gehore konden worden gebracht. Stadsarchitect ir J. Leupen bouwde op de fundamenten van het oude gebouw een nieuwe Aula, die kort voor de oorlog in gebruik werd genomen. In 1994 werd het crematorium, waarover al sinds 1927 werd gepraat, geopend. Met de bouw van het crematorium, aan het Aulagebouw vast, werden ook de koffiekamers vergroot, zonder echter afbreuk te doen aan het oorspronkelijke ontwerp van Leupen. Meer over de Nieuwe Ooster op: www.uitvaartmuseum.nl/denieuweooster/body.html.

-----