Zoeken
Pad tot huidige pagina
Verbergen
Deze site bevat alleen archiefmateriaal! Ga voor de meest actuele informatie naar Amsterdam.nl

'In dit land moet je op eigen benen leren staan'

3 april 2007

In het kort

Amsterdam.nl maakt een rondgang langs bekende en minder bekende gemeentediensten en - bedrijven. We praten met een jonge en een oudere medewerker. Wat maakt hun werk zo interessant? En wat is er veranderd in vergelijking met vroeger?


Amsterdam.nl maakt een rondgang langs bekende en minder bekende gemeentediensten en - bedrijven. We praten met een jonge en een oudere medewerker. Wat maakt hun werk zo interessant? En wat is er veranderd in vergelijking met vroeger?

Na vierentwintig jaar kan hij zich nog steeds behoorlijk druk maken, Paul Hoornweg (53). En dat is één van de redenen waarom zijn jongere collega Laura van Rossem (31) graag met hem werkt. 'Ons werk grijpt ontzettend in op de levens van mensen. Als we daar nonchalant over doen, is het einde zoek.'
Zowel Hoornweg als Van Rossem werken bij de Dienst Welzijn (afdeling onderwijs, jeugd en educatie). Hun specialisme ligt op het gebied van educatie en inburgering. Iedereen die Nederland binnenkomt en een verblijfsvergunning krijgt, moet in een jaar tijd verplicht een 'basiseducatieprogramma' volgen. Naast maatschappij- en beroepenoriëntatie, krijgen de ongeveer vierduizend Amsterdamse nieuwkomers ook Nederlandse les.
Laura van Rossem is beschikkingsambtenaar. Zij krijgt de inburgeringvoorstellen op haar bureau en beoordeelt ze. En ze gaat over de dossiers van mensen die liever niet aan het programma willen meedoen. Daarnaast buigt ze zich over allerlei bezwaarschriften. Paul Hoornweg is haar baas. Samen vergaderen ze vooral, want het is beider taak om alle organisaties die namens de gemeente de inburgering uitvoeren - zoals Register Amsterdam, scholen, stadsdelen en Vluchtelingenwerk - aan te sturen en op elkaar af te stemmen.

Cultuurverschillen

Er is veel mis, vindt Hoornweg. Zo kan hij zich nog steeds verbazen over het feit dat Europeanen niet hoeven in te burgeren. 'Dus Surinamers, die de taal al spreken, moeten een klasje volgen. Maar Spanjaarden of Grieken niet. Dat blijft een wonderlijke regeling. En volgend jaar, als Turkije volgens verwachting toetreedt tot de EU, zijn ook zij uitgesloten van deelname!' Maar het grootste probleem zit 'm in de cultuurverschillen, volgens de ambtenaren. En de moeite die Nederland heeft om duidelijk te zijn in de grenzen die ze stelt. Van Rossem: 'Het komt regelmatig voor dat mannen niet willen dat hun vrouw bij mannen in de klas zit. En sommige moslimmannen willen zelfs helemaal niet dat hun vrouw onderwijs volgt. "Daar is ze niet voor", zeggen ze dan. Dat zijn ingewikkelde kwesties. We zijn constant aan het zoeken naar wat de grenzen zijn. Wij zijn de voorhoede. Wij hebben elke dag te maken met de vraag: "In hoeverre kunnen wij de Nederlandse cultuur opleggen aan buitenlanders?" En wat zijn de grenzen daarvan? Want er wordt wel veel gepraat over cultuurverschillen, maar dat argument praat niet alles goed. Voor moslimvrouwen maken we bijvoorbeeld geen uitzonderingen, ook niet als hun man dat wil. Maar het blijft steeds weer een ingewikkelde afweging.'

'Het gaat allemaal ook zo langzaam'

Toen Paul Hoornweg 24 jaar bij de gemeente kwam, heette de groep waar hij nu voor werkt nog geen 'nieuwkomers', maar 'gastarbeiders'. En het was niet alleen de naam die anders was. Tegen de achtduizend allochtonen woonden er toen in Amsterdam, waar dat er nu bijna 240.000 zijn. Hoornweg: 'En het waren andere mensen. Europeanen doorgaans, mensen met een cultuur die veel dichterbij de onze stond. Het verschil tussen de Italiaan van toen en de Somaliër van nu is hemelsbreed. En er was geen geld voor. We hadden een budget van veertigduizend gulden, terwijl er nu 21 miljoen euro in de opvang van nieuwkomers wordt gestopt. Van inburgering had nog niemand gehoord. Honderden vrijwilligers gaven taallessen, tegen een klein bedragje onkostenvergoeding. Het was pionieren, het uitvinden van het wiel. Want er was niks. Geen eisen, geen methodes, geen spullen, gebouwen, machines, ambtenaren. Het idee was ook dat buitenlanders hier tijdelijk waren. Daarom bemoeide de overheid zich er niet mee, want ze gingen toch weg. Pas sinds kort realiseren ze zich dat die mensen hier voorgoed zullen blijven. En raken dus doordrongen van de noodzaak van inburgering en goede educatie. Terwijl ik twaalf jaar geleden al gezegd heb dat er een leerplicht voor allochtonen moest komen. Destijds vond iedereen dat ik behoorlijk doordraafde en nog heb ik wel eens moeite om tot de politici door te dringen. Het gaat allemaal ook zo langzaam, dat irriteert me. En nu is er wel een leerplicht, maar wordt het niveau niet afgedwongen. We nemen het dus nog steeds niet serieus in Nederland. Veel meer maatwerk is nodig: meer kinderopvang, meer instroommogelijkheden per jaar, vooral voor de parttime- en avondcursisten. En een wat specifieker aanbod. Daar willen we de komende jaren serieus werk van maken.'

Achterstanden

Hoornweg: 'Een andere Nederlandse norm die we handhaven is vrijheid van meningsuiting. Wij vinden het belangrijk dat de nieuwkomers actief deelnemen aan de lessen. Niet braaf voor zich uitstaren en het eens zijn met de leraar, enkel en alleen omdat hij de leraar is. Maar juist onafhankelijk denken, het gesprek aangaan. Per slot van rekening moet je in dit land op je eigen benen leren staan, op allerlei manieren.' Van Rossem: 'En we houden ook vast aan de inburgering zelf. Vaak zijn er mensen die helemaal geen Nederlands willen leren, niks willen horen over dit land. Ze willen alleen maar werken en geld verdienen en verder geen gezeur aan hun hoofd. Maar dat is gewoon in strijd met de Wet Inburgering Nieuwkomers (WIN).'
Hoornweg: 'Al was het alleen maar omdat er een goede reden is om het wél te doen. Vaak is de praktijk dat de man werkt en dat aanvoert om niet te hoeven inburgeren. Deze mensen krijgen een parttime traject: werken naast leren. Maar dat is beslist niet ideaal. Gevolg is dat zo'n man de taal niet leert spreken. Datzelfde geldt voor zijn vrouw, alleen is het bij haar niet het werk, maar zijn het de kinderen die haar tegenhouden. Effect is dat er vijf jaar later een nieuw gezin is dat geen Nederlands spreekt, niets weet over Nederland en leeft in een eigen wereldje. En dat levert allerlei problemen op. Dat begint al op het moment als de kinderen naar school moeten en enorme achterstanden hebben.'

Andere volgorde

Van Rossem: 'Maar ook als mensen wél netjes inburgeren, is succes niet verzekerd. In grofweg de helft van de gevallen spreken nieuwkomers na de cursus nog steeds geen Nederlands. Maar krijgen toch een certificaat, omdat ze keurig aanwezig waren.' Hoornweg: 'Ik vind dat een slechte zaak. Vooral omdat we weten hoeveel ellende het oplevert. En dat moeten we én hen én onszelf niet aandoen. Toen wij aan het denken waren over de Wet Inburgering Nieuwkomers, die in 1998 in werking trad, was de conclusie dat mensen minstens 1100 uur nodig zouden hebben om alles goed te leren. De wet heeft dat gehalveerd tot zeshonderd uur, waar in de dagelijkse praktijk niet meer dan vierhonderd van gegeven wordt. Met alle gevolgen van dien. Goed inburgeren kan dus op deze manier nauwelijks.'
Van Rossem: 'De wet is ook tweeslachtig. Inburgering is formeel de eerste prioriteit. Maar er zijn te veel persoonlijke omstandigheden die kunnen worden aangevoerd om níet te hoeven. Dat is niet consequent en dus werkt het niet goed. Aan de andere kant: in hoeverre willen wij inbreuk maken op het privé-leven van mensen? Dat is een fundamentele discussie waard.' Hoornweg: 'Ik denk dat een andere volgorde beter werkt: geef nieuwkomers pas een definitieve verblijfsvergunning als ze al ingeburgerd zijn. Dus als ze de moeite al hebben gedaan. Zo gaat dat al in Australië en Zweden. En dat werkt daar goed. Nu stellen mensen verkeerde prioriteiten. En luisteren niet naar ons, omdat ze de 'beloning' al binnen hebben.'

-----