Frits Huffnagel (VVD)
'In het dualisme moet de gemeenteraad het college meer op hoofdlijnen controleren. We moeten meer tijd in onze rol als volksvertegenwoordiger steken. Op voorstel van de VVD vergadert de raad nog maar een keer in de drie weken. We hebben nu tijd om de stad in te gaan. Wij gaan vaak op werkbezoek en organiseren discussiebijeenkomsten. Toen de burgemeester sluitingstijden voor bordelen voorstelde, hebben we een avond op de Wallen gehouden. We hebben een bijeenkomst over vliegverkeer boven de binnenstad georganiseerd en we hebben het Midden en Klein Bedrijf en het VMBO met elkaar laten praten over hoe zij elkaar van dienst kunnen zijn. Ook is er elke maandagavond politiek café Libertijn in de Heeren van Aemstel. Er zijn altijd fractieleden aanwezig, het is ons spreekuur. Zo horen we wat er in Amsterdam leeft. Vervolgens kijken we wat er van vinden en wat er moet gebeuren. De meningen van Amsterdammers vormen input voor vragen aan het college en het schrijven van notities.'
Tjalling Halbertsma (PvdA)
'Het belangrijkst is dat raadsleden zich niet langer als bestuurder, maar als echte volksvertegenwoordiger gaan gedragen. Ik vind het daarom ook goed dat we als PvdA steeds meer in buurten en straten te vinden zijn, en steeds minder op het stadhuis. Meer rood op straat, het hele jaar door. Goed luisteren, weten wat er speelt en leeft en dat vervolgens een stem geven op het stadhuis. Dat kan lastig zijn, want raadsleden zijn gewend om na het signaleren van een probleem direct naar een vergaderkamer te rennen om te praten over de oplossing. "Sorry, we hebben nu even geen tijd voor u, want we zijn hard voor u aan het werk." Maar de meeste mensen weten vaak beter dan wij wat de oplossing voor hun probleem is. Raadsleden moeten zorgen dat problemen en oplossingen op de goede plek terecht komen. Daarnaast moeten we als raad veel beter controleren of besluiten goed worden uitgevoerd. De "oude raad" leefde in een papieren wereld. Maar papier alleen lost natuurlijk nooit iets op. Wat er daarna mee gaat gebeuren is veel belangrijker.'
Hans Res (CDA)
'De afgelopen twee tot drie jaar is de CDA-fractie meer gericht op vragen en acties van burgers. We ruimen meer tijd voor burgers in. We krijgen e-mails met vragen. Vaak over geld en belastingen. Maar ook over opvang van slachtoffers van huiselijk geweld, bereikbaarheid van bedrijven of scholen die aandacht willen geven aan criminele jeugd. Voor de onderwerpen uit ons partijprogramma zoeken we zelf instanties op om meer informatie te krijgen. We bezoeken de Regenboog, de politie enzovoort. Zo bouw je goede relaties op met instanties in de stad die ertoe doen. Wat we horen en zien bepaalt mede ons standpunt. Na een werkbezoek aan de Tippelzone, vinden we bijvoorbeeld dat deze moet blijven. Een ongebruikelijk standpunt voor het CDA. Ook kun je in de raadscommissies de portefeuillehouder confronteren met het gat dat vaak bestaat tussen de stukken die we krijgen en de praktijk. Zo houd je de vinger aan de pols.'
Maarten Van Poelgeest (Groen Links)
Mensen moeten niet alleen kunnen inspreken, maar ook kunnen meebeslissen. Bijvoorbeeld via het open plan proces waarbij bewoners en belanghebbenden meewerken aan de totstandkoming van plannen. Het aardige is dat mensen dan ondervinden dat de makkelijke keuze niet bestaat. Zij moeten net als politici afwegingen maken. Ik wil vermijden dat mensen tegen dingen zijn. Samen met een stel andere politieke partijen hebben we het college voorgesteld het volksinitiatief in te voeren. Anders dan het correctief referendum dat tegen een besluit ingaat, komen mensen bij het volksinitiatief zelf met een idee. Zij leggen een plan voor aan de gemeenteraad. Ziet de raad dit plan niet zitten dan kan de burger het, mits hij een bepaalde mate van steun heeft onder de bevolking, voorleggen aan alle Amsterdammers. Overigens staat de burger serieus nemen niet gelijk aan 'u vraagt wij draaien'. Als partij moet je helder voor je mening uitkomen ook als deze ingaat tegen de wens van de burger.'
Remine Alberts (SP)
'Voordat raadsleden over een situatie kunnen spreken, moeten ze deze heel goed kennen. Als wij worden geconfronteerd met een situatie die we niet kennen, gaan we eerst uitzoeken wat er aan de hand is. Wij als SP willen zo goed op de hoogte raken dat het voelt alsof we het zelf hebben doorleefd. We leggen en onderhouden veel contacten met mensen die in een gebied wonen, er werken of op een andere manier belanghebbenden zijn. Als zich iets voordoet, kijken we of we samen met die burgers een vuist kunnen maken. De SP kan de mening van die groepering in de gemeenteraad verwoorden. Omgekeerd vragen wij aan die mensen naar hun mening over onderwerpen die in de raad spelen. Zo ontstaat er een wisselwerking tussen politiek en burger. Daarbij zullen we zeker niet tegen iedere prijs voor iedereen een spreekbuis vormen. Altijd toetsen we opvattingen aan de uitgangspunten van de SP. Het moet binnen onze ideeën passen.'
Saskia Bruines, (D66)
'Politici moeten macht uit handen durven geven en beslisverantwoordelijkheid bij mensen durven leggen. Daarom zijn wij voorstander van een directe democratie. In de vertegenwoordigende democratie is het een vooruitgang dat fracties zich in het duale stelsel minder gebonden aan de eigen wethouder. Als raadsleden zijn we nu controleur en geen medewetgever meer. We trekken meer tijd en geld uit voor contacten met burgers. Als we in de stad iets zien of horen dan brengen we dat eerder ter sprake. Onderwerpen die op de agenda staan bespreken we eerst met (ervarings-)deskundigen. Voor het vertrouwen in de politiek is het belangrijk dat je benaderbaar bent en betrouwbaar in je reacties. Wij pleiten al jaren voor een één loket functie, waarbij de burger op één punt alle informatie kan vinden. De digitale middelen, zoals internet, helpen daarbij. De politiek moet zaken inzichtelijk maken. Het liefste willen we komen tot een kwaliteitshandvest, zoals in Groot-Brittannië. Daarin formuleert de overheid duidelijk wat de burger aan dienstverlening kan verwachten.'
H. Bakker sr (Leefbaar Amsterdam)
'De relatie tussen de burger en de politiek kan alleen goed zijn als de burgers vertrouwen hebben in de politiek. Dat was op een gegeven moment ver te zoeken. Pim Fortuyn heeft de boel wakker geschud en de mensen moed gegeven zich uit te spreken. Dat heeft vertrouwen gegeven. Helaas dreigt dat weer te verdwijnen. Politici moeten betrokken zijn bij de mensen en hun omgeving. Als je op straat loopt en mensen spreken je aan, moet je daar tijd voor vrij maken. Wij zijn dan ook groot voorstander van schouwen, waarbij de politiek een keer per week de wijk in gaat. Daarnaast moeten we zorgen dat de politiek stabiel en transparant is. Daarom is de decentralisatie van Amsterdam een ramp. De stadsdelen waren bedoeld om het bestuur dichter bij de bevolking te brengen. In praktijk worden mensen van het kastje naar de muur gestuurd. Het is beter om zaken centraal te regelen.'
Hansje Kalt (Amsterdam Anders De Groenen)
'Wij zijn voor directe democratie. Groepen burgers moeten direct kunnen meebeslissen. Dat betekent dat we voor referenda zijn. Ook moet de politiek meer discussies in het openbaar houden. De gemeente moet dan niet alleen haar keuze uitleggen, maar ook de alternatieven presenteren. We hebben contact met het Instituut voor Politiek en Burger dat projecten bedenkt om de democratie te stimuleren, zoals het volksinitiatief, een nieuw soort referendum. Binnen het bestaande systeem werken we samen met burgers die initiatieven hebben die aansluiten bij onze visie. We helpen raadsadressen schrijven, bezwaar maken, actievoeren, subsidie aanvragen, groepjes vormen én alternatieve plannen maken: we vragen als je dit niet wilt, wat wil je dan wel? Soms belt iemand van: 'dit of dat is een schande. Is daar iets aan te doen?' Dan stel ik bijvoorbeeld voor een raadsadres te schrijven. Ik geef dan tips. Zo leiden we burgers een beetje op om hun democratische rechten te gebruiken.'