In het kort
Hieronder volgt de inhoud van de brief zoals die door de burgemeesters van de vier grote steden op 17 september aan de fractievoorzitters van de Tweede Kamer is gestuurd:
Hieronder volgt de inhoud van de brief zoals die door de burgemeesters van de vier grote steden op 17 september aan de fractievoorzitters van de Tweede Kamer is gestuurd:
Geachte dames en heren,
Morgen debatteert u met het kabinet over de rijksbegroting 2003. Een groot deel van de problemen waaraan het kabinet prioriteit toekent, manifesteert zich in de vier grote steden. Wil het Kabinet zijn doelstellingen realiseren, dan moet dat in belangrijke mate dáár gebeuren.
Wij constateren echter dat het kabinet ons onvoldoende ondersteunt bij het uitvoeren van de bovenmaatse opgave waarvoor wij staan. In deze brief vragen wij speciaal uw aandacht voor twee majeure onderwerpen: de gesubsidieerde arbeid en het veiligheidsbeleid. Wij hopen van harte dat u onze opmerkingen hierover wilt betrekken in uw reactie op de kabinetsplannen.
De bezuinigingen die het kabinet in petto heeft op de gesubsidieerde arbeid vinden wij dramatisch. De aangekondigde reductie van het aantal I/D-banen van 60.000 naar 45.500 en het aantal WIW-banen van 31.000 tot 27.000 betekent, dat een belangrijk instrument om langdurig werklozen aan het werk te helpen wordt uitgehold. Zeker in een tijd waarin de werkloosheid dreigt op te lopen, vinden wij dit een verkeerde maatregel.
Het gevolg is dat de o zo belangrijke openbare dienstverlening aan kwaliteit inboet, omdat de mensen die de I/D-banen en de WIW-plaatsen vervullen met name in het stadstoezicht (veiligheid!), het onderwijs, de zorg, de kinderopvang en het beheer van de openbare ruimte een grote rol spelen. Zelf zullen wij er alles aan doen, mocht de voorgestelde reductie doorgaan, om gedwongen ontslagen in deze sector te voorkomen. Maar veel beter zou het zijn, wanneer het kabinet bij nader inzien afzag van de op dit punt voorgestelde bezuiniging - of deze tenminste zou beperken en temporiseren.
Op het gebied van veiligheid stelt het kabinet een aantal maatregelen en acties in het vooruitzicht, die een hoopgevende aanzet vormen voor een stevige aanpak van het probleem van de onveiligheid. Een probleem dat zich het scherpst manifesteert in onze steden. Wij staan positief tegenover de aangekondigde integrale en hardere aanpak van de jeugdcriminaliteit, de uitbreiding van het aantal cellen, de snellere afhandeling van strafzaken en de uitbreiding van de bevoegdheden van de politie. Van belang vinden wij ook de aandacht die het ministerie van VROM wil geven aan sociale en fysieke vernieuwing van een aantal probleemwijken, alsmede het aangekondigde aanvalsplan voor verbetering van de veiligheid in het openbaar vervoer.
Benieuwd zijn wij naar het in oktober te presenteren programma Samenwerken aan Veiligheid. Wij rekenen op snelle invoering van de bestuurlijke boete.
Tegenover deze pluspunten staan een aantal punten van kritiek. Wij krijgen onvoldoende middelen om te voorkómen dat criminaliteit plaatsvindt. Het belangrijkste instrument voor verbetering van de veiligheid is de door ons meermalen bepleite vergroting van de politiesterkte: meer agenten (en niet: minder toezichthouders) op straat. Maar in 2003 komt er geen agent bij, terwijl de uitbreiding van de politiesterkte in volgende jaren onduidelijk blijft. Op deze wijze kunnen wij onze verantwoordelijkheid voor het veiliger maken van onze steden, waarop wij door het kabinet wel nadrukkelijk worden aangesproken, moeilijk waarmaken.
Ook de financiering van andere maatregelen blijft onduidelijk. Het aanpakken van probleemwijken bijvoorbeeld is een mooi voornemen, maar vooralsnog lijkt het erop dat de middelen voor de stedelijke vernieuwing de komende jaren dalen in plaats van stijgen. Veel plannen - niet alleen op het gebied van veiligheid - dreigen te stranden op een gebrek aan financiën.
Wij realiseren ons dat het kabinet de begroting 2003 presenteert onder een zwak economisch gesternte en dat het maken van keuzes dan temeer noodzakelijk is. In de twee uitgaven van ons Manifest De stad in de wereld, de wereld in de stad (februari en juni 2002) hebben wij aangetoond, dat de problemen in onze steden van een bovenmaats karakter zijn. Tegelijkertijd hebben wij ambitieuze (uitvoerings)plannen gepresenteerd om de problemen te lijf te gaan - en de kansen die zich in onze steden aandienen te benutten. Dat niet al onze verlangens door het kabinet kunnen worden gehonoreerd, was te verwachten. Dat de bijzondere positie van de vier grote steden in de begrotingsvoorstellen nauwelijks wordt onderkend, vinden wij teleurstellend en onbegrijpelijk. Wij hopen dat u het vizier van het kabinet meer op onze steden zult weten te richten.
De komende weken en maanden willen wij, voorafgaande aan de behandeling van de departementale begrotingen in uw Kamer, graag nader met u spreken over de plannen van het kabinet. Wij zullen hiertoe het initiatief nemen.
Met vriendelijke groet,
mede namens mijn collegas Opstelten, Deetman en Brouwer-Korf,
M.J. Cohen