Zoeken
Pad tot huidige pagina
Verbergen
Deze site bevat alleen archiefmateriaal! Ga voor de meest actuele informatie naar Amsterdam.nl

Speech wethouder Oudkerk bij de afsluiting van de MegaBanenMarkt

24 september 2002

In het kort

Op 1 mei, die ooit zo markante en symbolische Dag van de Arbeid, sprak ik hier ook op de MegaBanenMarkt, en legde toen als kersverse wethouder sociale infrastructuur mijn ambitie bloot: 'Niemand aan de kant'. Iedereen die dat kan moet betaald of onbetaald bezig zijn, voor zichzelf, zijn of haar gezin of naaste, of voor zijn of haar omgeving.


Dames en heren,

Op 1 mei, die ooit zo markante en symbolische Dag van de Arbeid, sprak ik hier ook op de MegaBanenMarkt, en legde toen als kersverse wethouder sociale infrastructuur mijn ambitie bloot: 'Niemand aan de kant'. Iedereen die dat kan moet betaald of onbetaald bezig zijn, voor zichzelf, zijn of haar gezin of naaste, of voor zijn of haar omgeving.

Die ambitie - 'Niemand aan de kant' - komt recht uit mijn hart. Gelukkig zal wie niet werkt toch wel eten - daar zorgen we wel voor -, maar wie niet werkt, mist wel heel veel. Werken gaat namelijk niet alleen om geld en een inkomen, om vandaag nog méér verdienen dan gisteren, om opties of een nog grotere leasebak, nee, werken gaat over deelnemen aan de maatschappij, over functioneren in sociale structuren, het gaat over zelfontplooiing, je nuttig maken en weten. En omdat dat voor de mens zo nuttig en dus zo noodzakelijk is, mag er in deze stad, in Amsterdam, niemand aan de kant blijven staan. Dat is het doel waar ons college naar streeft.

Wat betekent dat nou concreet?
Dat betekent in 2006 16.000 mensen uit de bijstand aan het werk.
Dat betekent alleen al dit jaar 2 x zoveel uitkeringen beëindigd als het landelijk gemiddelde.
Dat betekent ook 4.000 mensen actief in vrijwilligerswerk in 2006.
Dat betekent ook nog eens 4.000 gedeeltelijk arbeidsongeschikten aan de slag in 2006.
Voor mij telt resultaat.
Dat zijn dus niet alleen ónze ambities. Wij hebben ze als meetbaar, controleerbaar en afrekenbaar afgesproken met het Rijk. Dat zijn afspraken die staan -vier jaar lang- en dus afspraken waar wij als college voor staan. Twee dagen na mijn toespraak hier op 1 mei vastgelegd in de zogenaamde 'Agenda voor de toekomst'. En het gaat om heel veel geld. € 67 miljoen van het Rijk. En wat ook helder is: geen resultaat betekent geen geld. En: afspraak is afspraak.
En, het lijkt dan wel een afgeroepen godswonder, maar het komt door keihard werken van iedereen, dan signaleer je als verantwoordelijk wethouder dat de werkloosheid in de stad is gedaald, tegen alle landelijke trends en voorspellingen in. Amsterdam heeft maar liefst 7% minder werklozen dan in het eerste kwartaal van 2002.
Die verrassende daling sorteert met name effecten onder de zo kwetsbare langdurig werklozen, en dat is volgens mij dus dubbel goed nieuws. Kennelijk gebeurt er iets in Amsterdam, kennelijk krijgen we hier samen iets voor elkaar. Dat geldt in de frontlinie voor alle medewerkers, en daarachter natuurlijk de organisaties waar zij voor staan, de werkgevers en het door het college gevoerde beleid.
Nog meer goed nieuws is dat naast de dalende werkloosheidscijfers het ziekteverzuim bij de gemeente en gemeentelijke diensten behoorlijk is gedaald. Zeker ook - juist ook - bij de Sociale Dienst. Het gaat al behoorlijk beter dan de doelstelling voor 2002.
Dat zijn ook mooie signalen in een minder mooie tijd. Want, alle conjunctuurindicatoren wijzen immers hardnekkig neerwaarts en dan helpt het ook absoluut niet als ons nieuwe kabinet onze ingezette route hobbelig en slecht begaanbaar maakt. Dat schiet dus nièt op.

De MegaBanenMarkt heeft - ik wil dat graag benadrukken - zeker een bijdrage geleverd aan het terugdringen van die werkloosheid in Amsterdam. Maar, laten we wel zijn, die MegaBanenMarkt had er natuurlijk nooit moeten komen.
Bij gezond verstandbeleid hadden we de kaartenbakken bij de Sociale Dienst natuurlijk niet zo vol laten lopen en vervolgens ook nog eens laten versloffen en verstoffen.
De MegaBanenMarkt was het dweilen na het lang open laten staan van de kraan en het laten verworden van de Sociale Dienst tot een soort sociale stortkoker van politieke verwaarlozing en eindeloos reorganisatiegeloof. Dit college wil blijvend een andere weg inslaan, wil teleurstellingen voorkomen, zowel van klanten als van de mensen die het werk moeten doen. Die laatsten zijn vrijwel allemaal van goede wil en lopen grote frustraties op als ze bijvoorbeeld de moed hebben sancties en boetes op te leggen en dan vervolgens keer op keer in bureaucratische regelgeving worden gesmoord.
De essentie van het voorkomen van een tweede of nog meer MegaBanenMarkten is het voorkomen van nieuwe instroom in de kaartenbakken en de computerbestanden. Dat wordt de eerste grote uitdaging: beperken van de instroom.
Het is echt veel slimmer, handiger en goedkoper om mensen weg te houden bij de Sociale Dienst dan ooit nog een keer na vele jaren pogen afscheid van hen te nemen. Voorkomen is beter dan genezen, neemt u dat maar aan van de dokter.
En dat voorkomen begint niet bij de Sociale Dienst, dat begint al op de scholen, bij het tegengaan van spijbelen en schooluitval. Dat begint bij de aanpak van onze grootste problemen: de slechte match tussen de vraag van ons bedrijfsleven en het onderwijsaanbod -het beroepsonderwijs moet meer vraaggestuurd- en de slechte match tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Dat gaan we aanpakken. Dat gaan we veranderen. De instroom moet, zal en kan omlaag. Het college heeft in woord en daad en geld het VMBO boven aan haar lijst gezet.

Kees Tamboer schetste in de PS van Het Parool van 12 februari dit jaar een onthutsend en bij vlagen ook schaamte opwekkend beeld van de geschiedenis van de Sociale Dienst in Amsterdam.
Het las als een roman, als een voorstudie op 'Het bezoek van de lijfarts', en des te onthutsender was het vervolgens je weer te realiseren dat het de pijnlijke en pijnlijk accurate verslaglegging was van vele jaren, soms echt met wanbeheer. Dat beeld is blijven hangen, bij velen, en lijkt bij sommigen ook wel een soort molensteen te zijn geworden die nog steeds het denken blokkeert en beter in de weg staat.
De Megabanenmarkt. Proeftuin of fundament? Ik zag twee kampen: je was er voor of je was er tegen. Voor mij telt het resultaat. Er zijn mooie cijfers te melden. Soms waren er ook - daarover geen misverstand - de nodige tekortkomingen. Maar de MegaBanenMarkt heeft een werkwijze en samenwerking laten zien die mij zeer aanspreken en die eigenlijk al in het denken en doen van de Sociale Dienst geïncorporeerd hadden moeten zijn.

Dat is dan ook de tweede grote uitdaging.
Wie eerlijk kijkt en is - en dat wil ik graag zijn - ziet dat het nu misschien nog niet echt goed gaat, maar wel dat er al veel beter gaat dan het ging.
Kon het dan nog rotter, zult u misschien vragen? Ja, is het antwoord.
Kan het niet nog veel beter? Absoluut.
Maar de patiënt Sociale Dienst werd en wordt natuurlijk niet beter van al het gekwek en gekwetter aan bed, van alle stapels rapporten en rapportages, van eindeloze verantwoordingsplichtplegingen en van alle wandelgangverhalen en ander ongetwijfeld goedbedoeld gedoe en rondgepraat. Demotivatie van het personeel ligt dan weer op de loer, en voor hen wil ik juist staan, ondubbelzinnig.
Hoe dan ook, het draait echt maar om één ding: resultaat. Alleen de cijfers tellen. En die cijfers vertellen mij dat het aantal cliënten in de bijstand nu onder de 40.000 is gekomen.
Per 1 september bedroeg het aantal lopende uitkeringen namelijk 39.026, exact een jaar eerder was dat aantal nog 44.653. Maar, dat is niet het einde, dat is wat mij betreft nog maar een begin.
De MegaBanenMarkt heeft hoe dan ook een positief effect gehad op de afname van het totale bestand aan lopende uitkeringen van de Sociale Dienst. Op 1 september jl. was van 6.463 cliënten van de Sociale Dienst de uitkering beëindigd.
Amsterdam laat op dit terrein echt een veel beter beeld zien dan het landelijk gemiddelde. Waar landelijk de volumedaling het afgelopen jaar rond de 1% lag, is hier het aantal lopende uitkeringen met 13% afgenomen ten opzichte van een jaar eerder. Dat percentage is nog indrukwekkender als u weet dat de instroom tegelijkertijd 7% hoger lag.
Goed, het resultaat telt. Wat dus ook telt, is het resultaat van het collegeoverleg anderhalve week geleden waarin is besloten maar liefst één derde van de extra structurele middelen in de stad te besteden aan werk en inkomen. De sociale portefeuille heeft dus in Amsterdam - en terecht - prioriteit. Het kan dus wel degelijk met de VVD en het CDA als mede verantwoordelijke bestuurders en partijen.

In Amsterdam stemt mij dat in elk geval hoopvol. Op landelijk niveau heb ik er een harder hoofd in. Het is dan ook goed en ik ben ook verheugd dat staatssecretaris Rutte van Sociale Zaken vandaag hier aanwezig is. Aan het eind van mijn betoog heb ik voor hem een aantal prangende vragen om zijn commitment met werk en inkomen en een oprecht sociaal beleid te toetsen. En hoe hij denkt de grote steden niet met onbetaalbare rekeningen op te zadelen, en mij als verantwoordelijk wethouder op een 'mission impossible' te sturen.

In al het gekrakeel over heden, verleden, cijfers en verwachtingen -en vooral over meningen- graag nog even terug naar waar het in de kern nu eigenlijk allemaal om draait. Er zijn in de sociale portefeuille drie hoofdpunten van beleid:

  1. Niemand aan de kant; in Amsterdam moeten zo veel mogelijk mensen aan het werk zijn;
  2. Voor wie echt niet kan werken, is er een in de tijd liefst zo kort mogelijk sociaal vangnet in de vorm van een uitkering;
  3. Voor wie niet genoeg heeft om van te leven, is er steun in de vorm van actieve armoedebestrijding.

De MegaBanenMarkt heeft ons veel duidelijk gemaakt over mensen, kansen en verwachtingen. Een zwaarverslaafde gaat het dus zeer waarschijnlijk niet redden achter de kassa bij Albert Heijn. Hij of zij moet dus geen eindeloze trajecten naar betaald werk krijgen, hij of zij heeft allereerst behoefte aan goede zorg, in of buiten de stad. Niet iedereen kan en komt aan het werk. Dat heeft niks te maken met het opgeven van mensen, maar met realisme. Maar omgekeerd moet het mogelijk zijn uit het bestand van mensen in de bijstand die vacatures bij Albert Heijn wel 'stante pede' op te vullen. Ook dat is realisme.
We moeten dus reëel zijn, reëel kijken, en de sprookjes en de dromen voor het slapen gaan bewaren. Maar nu we inmiddels wel helder hebben hoe het met de mensen en met de verschillende categorieën mensen zit, moeten we ook open en eerlijk kijken naar de knelpunten die er zijn en die maar steeds voorkomen dat het beter gaat en dat iedereen maar blijft vervallen in oud gedrag en zelfde fouten.

Er zijn op het terrein van werk en inkomen tal van knelpunten, obstakels, weeffouten en onlogische structuren en regeltjes. Dat geldt zowel bestuurlijk, organisatorisch als voor knelpunten op het gebeid van wetten en regels. Heeft u even? Ik maak noodgedwongen een willekeurige selectie uit een uitgebreide analyse die ik heb laten maken.

  • er wordt geen onderscheid gemaakt tussen cliënten die nu of op termijn kunnen werken en cliënten die absoluut niet voor werk in aanmerking komen;
  • de poortwachterfunctie is verdeeld over het CWI en het UWV, die vaak in spagaat zitten tussen lokale ambities en landelijke beleidslijnen. Op dit moment heeft de gemeente daar geen grip op en dus ook geen grip op de instroom in de bijstand; een onzinnige en de facto onacceptabele situatie.
  • er zijn botsingen tussen organisaties en organisatiebelangen;
  • er zijn te veel overdrachtsmomenten van mensen en dossiers, met alle kans op fouten, gaten en hiaten; de aanpak van werkeloosheid in Amsterdam is onzinnig en onnodig versnipperd.
  • de dienstverlening is aanbod- in plaats van klantgericht;
  • er is gebrekkige afstemming van te magere ICT-ondersteuning;
  • er is gebrek aan casemanagement met te grote verschillen in invulling daarvan, teveel kwantitatieve en te weinig kwalitatieve criteria
  • er is een groot aantal wettelijk belemmeringen en grote bureaucratie binnen de WIW en de ESF; dat leidt tot enorme arbeidsintensieve en tijdverslindende verantwoordingsprocedures;
  • de boetes van het rijk richten zich op het nakomen van termijnen voor inkomenstaken, dus wordt de capaciteit van de sociale dienst noodgedwongen gericht op inkomen en niet op werk
  • de aansluiting tussen het aanbod van potentiële werknemers en de vraag van de arbeidsmarkt is niet optimaal georganiseerd;
  • preventie - het voorkomen van instroom in een uitkering - staat nog steeds in de kinderschoenen.

Er zijn er veel meer. We hebben ze geïnventariseerd. Alles is in beeld. Je kan toch echt niet met droge ogen vol blijven houden dat het allemaal erg briljant in elkaar zit wat we in Nederland hebben verzonnen op het gebied van de sociale zekerheid in het algemeen en in Amsterdam in het bijzonder
Maar ik ga natuurlijk niet rustig achterover leunen en maar hopen dat het vanzelf anders en beter gaat. Sprookjes en dromen zijn voor de nacht.
Wat we natuurlijk al wel hebben is heel veel ervaring hoe het gaat en hoe het daadwerkelijk anders en beter kan. De analyse van de knelpunten is glashelder. Daar heeft de MegaBanenMarkt een heel belangrijke rol in gespeeld. En op het moment dát je het dus anders inricht en partijen onconventioneel laat werken en laat samenwerken, dan blijken er allerlei dingen wel te kunnen en blijkt er heel veel beter te gaan dan het ging. Voilá.

Dus hoe moet het dan nu gaan werken? Wat is dan de oplossingsrichting die ik voor ogen heb? Zeven essentiële punten:

  1. Een moet een scherpe risicoanalyse van cliënten worden gemaakt: er moet in ieder geval onderscheid gemaakt worden tussen mensen die direct of morgen aan het werk kunnen en mensen die blijvend cliënt zijn; sturing op schadelastbeperking heet dat in jargon.
  2. De hele keten voor werk en inkomen hier in Amsterdam moet opnieuw worden ingericht en gesplitst worden in drie producten - in bedrijfstermen: poortwachters - het zenuwcentrum -, toeleiders voor mensen die overbrugbare afstand hebben tot de arbeidsmarkt, en maatschappelijke participatie -dienstverlening voor hen die dat echt niet meer redden;
  3. De organisatorische inrichting moet worden aangepast; ik wil één regie, één concern, één regisseur, die los van de uitvoering opereert. Een nieuwe uitvoerende organisatie. Geen aparte Sociale Dienst, Maatwerk en NV-Werk meer. Idealiter gaan de gemeentelijke organisaties, het CWI en UWV op in een lokale uitvoeringsorganisatie. Het bestaande personeel krijgt de kansen om dat werk te doen waar ze aantoonbaar goed in zijn;
  4. Belemmeringen op het gebied van wet- en regelgeving moeten worden opgeruimd; dat betekent ruimte om wettelijke taken van gemeente en CWI en liefst ook UWV te delegeren onder één regie en ook in de uitvoering ruimte om de dienstverlening van al die organisaties te integreren;
  5. Ontschotting van de geldstromen en het bundelen ervan;
  6. Er komt een stedelijke infrastructuur voor de vraagzijde van de arbeidsmarkt; branche-initiatieven worden gekoppeld aan toeleidingstrajecten;
  7. Er moet veel meer werk worden gemaakt van het tegengaan van werkloosheid. Op beleidsniveau wil ik daarom arbeidsmarktbeleid koppelen aan onderwijs- en jeugdbeleid. En - minstens even belangrijk - ik wil het economisch structuurbeleid koppelen aan het arbeidsmarktbeleid.

De MegaBanenMarkt heeft ons veel geleerd over hoe het anders en beter moet en ook kán. We weten genoeg, iedereen analyseert zich zes slagen in de rondte, maar de kernvraag is en blijft: hoe zorgen we nu voor blijvend resultaat? En hoe zorgen we er in Amsterdam voor dat mensen vooral géén cliënt van de Sociale Dienst worden?

Goed, wat gaan we dan doen in Amsterdam?
We gaan niet de Sociale Dienst opheffen, dat doen we dus niet.
We gaan ook niet de Sociale Dienst voor de zoveelste keer reorganiseren, dat werkt ook niet, en is ook alleen maar demotiverend.
De verbeteringen van nu worden uitgebreid.
Wat we wel gaan doen, is het volgen van de wetten van de logica: mijn zeven essentiële punten zo secuur mogelijk uitvoeren. En wat we geleerd hebben -op de MBM en elders- in de praktijk brengen. Zonder compromissen. Wie niet mee wil doen, doet ook niet meer mee.
We veranderen daarbij niet van club en van team, we veranderen van opstelling en van tactiek. We spelen namelijk een andere wedstrijd, een hele zware wedstrijd, en daar passen we de opstelling op aan.
We spelen namelijk tegen de conjunctuur in.
Tegen de toenemende werkeloosheid in.
Tegen de strengere WAO in.
Tegen de kortere WW in.
Tegen de bezuinigingen op gesubsidieerde arbeid in.
Tegen het wegsaneren van fiscale stimulansen voor werkgevers in.
Volgens sommigen hebben we ook nog een andere geduchte tegenstander, een tegenstander met weinig wedstrijdervaring maar met een geduchte reputatie: het kabinet.

We spelen zo lijkt het wel een uitwedstrijd, en we spelen ook nog eens met conjuncturele tegenwind.
Heeft u er nog zin in? Ik wel.
Maar, we gaan natuurlijk niet ongetraind en onvoorbereid het veld op voor zo'n zware match, dan gaat het geheid mis, en zijn we heel snel uitgeschakeld en begint alle ellende weer van voren af aan.
We zullen op beperkte schaal moeten oefenen met die zeven essentiële punten, met die zeven ambities. Niet dus zomaar weer eens gaan proberen of iets wel of niet werkt. Dat kan en wil ik de Sociale Dienst, de stad én onze cliënten niet aandoen.
Om snel blijvend succes te kunnen boeken heb ik een ervaren man bereid gevonden om - kortdurend - te helpen de voorbereiding op het hoofdtoernooi te doen. Die interim-coach is Willem Vermeend, tot voor kort minister van Sociale Zaken, en zeer wel op de hoogte van en ingevoerd in de Amsterdamse situatie en ons wel en wee. Niet meer als boeman die Amsterdam aanwijzing op aanwijzing gaf, maar als man die ons moet, kan en wil helpen om onze zeven ambities vorm te geven. Nee, schrikt U niet, Willem Vermeend wordt niet de baas van de Sociale Dienst of Maatwerk of NV werk of de WRA of het CWI. Daar hebben we al heel goede mensen voor. En daar ga ik heel zuinig op zijn.

Nee, Willem Vermeend wordt voorzitter van een stuurgroep die in een pilot - een proef - de komende maanden de juiste mensen op de juiste plekken gaat zetten. Een proef die onze zeven ambities vorm moet geven. We weten nu wat we weten moeten, nu is het een kwestie van de juiste opstelling maken en het beter gaan doen dan het ging.

De plannen voor die pilot liggen klaar, met als voornaamste kenmerken: sociaal, zakelijk, innovatief. Een tijdelijke eenheid ter uitvoering van taken van de sociale dienst en CWI, met een minimum aan regels en een maximum aan ontschotting. Met als kader -als randvoorwaarden- de zeven genoemde punten vormgeven. Om de weg van A -waar we nu zijn - naar B te helpen effenen. En daarbij geldt: ruimte voor alle varianten, niks is onbespreekbaar; best practice geldt. Het resultaat telt.
Als het college en de Raad die plannen goedkeurt gaan we aan de gang. En als het werkt, breiden we het uit.
In die stuurgroep zit ook het Amsterdamse MKB, de grote banenmotor in de hoofdstad, maar zeker ook de vakbeweging. En de stuurgroep wordt ook gesteund door Gideonsbenden uit de organisaties zelf; mensen van de werkvloer, de mensen met de beste ideeën. Juist hen wil ik meer betrekken.
Met Ferry Houterman, de nieuwe voorzitter van het MKB in Amsterdam, maken we nadere plannen om de voor werkgevers bureaucratische rimram te ruimen, zinloze loketten te sluiten, om barrières te slechten, en vooral heel veel mensen aan de slag te krijgen, zowel in de gemeente als voor de gemeenschap, en als in een soort detacheringspool, waarbij onder het motto 'altijd aan het werk, nooit dezelfde baas' het werk de constante is en de werkplek en de werkgever kunnen wisselen. Vraag en aanbod gaan elkaar vinden op de arbeidsmarkt, een dwingende voorwaarde - zo lijkt ons - voor succes.
Een nieuwe instelling en een nieuwe opstelling, een nieuw elan in de samenwerking met een betrokken bedrijfsleven, dat zijn de peilers voor een nieuwe Sociale Dienst die Dienst Werkgelegenheid en Inkomen gaat heten. Want die naam doet veel meer recht aan wat de Dienst is en waar de Dienst over gaat.
De Dienst Werkgelegenheid en Inkomen is een nieuwe Dienst met een hoog ambitieniveau, zonder last van of al te veel ruggespraak met een roerig verleden. De Dienst Werkgelegenheid en Inkomen is gecommitteerd aan de nieuwe tijd en nieuwe uitgangspunten en doordrongen van het belang dat er in Amsterdam 'Niemand aan de kant' mag staan.
Ik blijf het benadrukken: werk is belangrijk, werk is essentieel, maar net zo essentieel is het voorkomen en bestrijden van armoede. Dat vraagt om een gericht en actief armoedebeleid. Dat moet geïntensiveerd worden. En laten we onszelf niet voor de gek houden. In dit economisch zwaardere klimaat is armoede geen luxeprobleem, maar een realiteit die weer veel harder de kop zal gaan opsteken. De alarmbellen rinkelen al, zoals Marcel Wiegman afgelopen zaterdag al beschreef in Het Parool. En daar kan ik me geen administratieve fouten en onvolkomenheden permitteren.
In dit zware klimaat is er nu een kabinet dat het klimaat nog zwaarder maakt. Voor Amsterdam - en voor de andere grotere steden - zien de kabinetsplannen er niet gezond uit, integendeel. De grote steden hebben de indruk, en volgens mij niet ten onrechte, dat 'Den Haag' veel problemen 'over de heg dondert', zonder zich echt te beseffen wat er gebeurt en wat de gevolgen precies zullen zijn. Dat laat zich makkelijk hier en nu vertalen in een aantal vragen aan de aanwezige staatssecretaris van Sociale Zaken, de heer Rutte.
Mijnheer de staatssecretaris,

  1. Amsterdam is zeer goed bezig om meer mensen aan het werk te krijgen. De teller staat nu op bijna 1.800 en het streefgetal voor 2002 van 2.800 zouden we best kunnen gaan halen, maar dat werkt natuurlijk niet als er gehakt gaat worden in de ID- en de WIW-banen. U eist - terecht - van Amsterdam prestaties, maar tegelijk maakt u het ons moeilijk, zo niet onmogelijk om te presteren. Hoe werkt dat, is mijn eerste vraag? Hoe gaan we dat oplossen? Hoe hou ik ze korter in de bijstand? Hoe leg ik niet alleen de nadruk op meer uitstroom, maar hoe krijg ik het ook voor elkaar?
  2. Iedereen wil het, iedereen heeft het er over, maar wie heeft er wat voor over als het gaat om meer zorg, meer veiligheid, beter onderwijs. Het kabinet bezuinigt veel van wat moet, gewenst en nuttig is weer weg. Weg klassenassistenten, weg stadswachten en toezichthouders, weg, weg, weg. Hoe wordt het dan veiliger en socialer? Hoe werkt dat, hoe gaan we dat oplossen, mijnheer de staatssecretaris? Ik wil met U niet ideologisch debatteren, maar samen met U aan oplossingen werken.
  3. Gemeenten moeten meer risico's op de nek en de schouders nemen. Dat kan prima, maar natuurlijk wel onder strikte financiële voorwaarden. Maar het haastig en dus slordig over de heg gooien is natuurlijk geen voorbeeld van fatsoenlijk besturen. Hoe moet dat nu, mijnheer de staatssecretaris? Ik hoor het graag van u, en ik ga er van uit dat we het ook hier samen gaan oplossen.
  4. Geef mij, tezamen met de Minister, de ruimte voor die pilot, die proef. Geef mij experimenteervrijheid om het dereguleren en ontschotten vorm te geven. Zo snel mogelijk. Om niet wetten, maar het resultaat voorop te stellen. In ruil voor resultaatsafspraken, met gerichte outputfinanciering en 100 % risicodragendheid. Ik durf, durft u ook?

Bijna tot slot Ik hoor wel eens dat ik man zou zijn van wel erg veel woorden, een praatjesmaker. Zo is het maar net. Maar ik hou er wel van om de daad bij het woord te voegen. Woorden én daden, dus. Alleen het resultaat telt.
Twee dagen na de vorige bijeenkomst op 1 mei tekende ik een contract van € 67 miljoen voor de stad. Vandaag hoeft u zelfs geen twee dagen te wachten: ondanks alle somberheid die ik erover proefde en hoorde en in teveel rapporten ook nog eens een keer moest lezen, is Amsterdam er in geslaagd € 35 miljoen aan ESF-gelden voor dekking van de kosten van de MegaBanenMarkt binnen te halen. Dat is een heleboel geld, waardoor we, als we netjes declareren, in deze moeilijke tijden voor Amsterdam en voor Amsterdammers weer flink wat extra geld over hebben om onze andere sociale ambities waar te maken. Er valt immers een reservering die we voor een 'worst-case-scenario' hadden gemaakt van een dikke 25 mln. euro vrij.

Maar nu allereerst moeten we heel veel mensen aan het werk krijgen. En ook heel veel mensen aan het werk zien te houden. Binnen 4 jaar moeten 16.000 mensen die nu geen baan hebben aan het werk zijn. Dat is een enorme uitdaging en vraagt een grote krachtsinspanning in moeilijke tijden. Iedereen die daar aan mee wil doen kan op mij en het college van B&W rekenen.
Aan het werk, dus, zou ik zeggen.

Dank u wel.

Thema's

-----