In het kort
Het Regionaal Interdisciplinair Fraudeteam (RIF) heeft onderzoek gedaan naar fraude met schijnrelaties. Een schijnrelatie is een relatie met als enig doel een buitenlandse partner, vaak uit winstbejag, een verblijfsrecht te verschaffen.
Het Regionaal Interdisciplinair Fraudeteam (RIF) heeft onderzoek gedaan naar fraude met schijnrelaties. Een schijnrelatie is een relatie met als enig doel een buitenlandse partner, vaak uit winstbejag, een verblijfsrecht te verschaffen. Dit kan uiteindelijk leiden tot naturalisatie van de vreemdeling. In dit onderzoek is sprake van een formele relatie als de partners gehuwd zijn, of een samenlevingscontract hebben getekend. Daarnaast wordt hieronder verstaan de relatie die middels een, door de partners bij de vreemdelingendienst ondertekende, verklaring werd geformaliseerd.
Aan deze relaties zijn voorwaarden verbonden zoals het feitelijk samenwonen op één adres en het voorzien in middelen van bestaan. Schijnrelaties voldoen niet aan deze voorwaarden. Wel de voordelen van een verblijfstitel, maar géén verplichtingen ten opzichte van elkaar. Het onderzoek heeft zich gericht op twee hoofdvragen. In de eerste plaats de vraag of er iets mis gaat in de verblijfs- en verwijderingsketen; in de tweede plaats welk beslag het fenomeen schijnrelaties legt op de sociale zekerheid. Hierdoor kon inzicht worden verkregen in de omstandigheden die tot een verhoogd risico op fraude kunnen leiden (de gelegenheidsstructuren) en in het risico dat bij controle mogelijke fraude niet ontdekt wordt (de controlerisico's). Dit inzicht is nodig om de (financiële) schade van schijnrelaties te kunnen beperken.
Resultaten
Het onderzoek richtte zich op door de Dienst Vreemdelingenpolitie aangeleverde gegevens over partners waarbij mogelijk sprake was van een schijnrelatie. Bij het aangaan van een schijnrelatie blijken meestal bemiddelaars betrokken te zijn. Bemiddelaars zijn personen die mensen aan elkaar koppelen en hiervoor geld vragen. Het onderzoek richtte zich ook op deze bemiddelaars. Het onderzoek betrof 124 relaties waarbij op voorhand twijfel bestond. Bij 79 gevallen is aangetoond dat het inderdaad om een schijnrelatie ging. Hiervan werd in 72 gevallen (de verlenging van) de Vergunning tot Verblijf (VTV) geweigerd of ingetrokken. In 7 gevallen was dit niet meer mogelijk, omdat de betrokken vreemdeling inmiddels was genaturaliseerd tot Nederlander.
Schijnrelaties en geld
Veel Nederlandse partners hebben financiële motieven om een schijnrelatie aan te gaan. Er bleek gemiddeld 10.000 gulden per schijnrelatie te zijn ontvangen. Ook is in het onderzoek naar voren gekomen dat bemiddelaars per bemiddeling bedragen tot 5000 gulden hebben ontvangen. De Belastingdienst zal voor deze inkomsten bij in totaal 70 personen navorderingen opleggen tot een bedrag van bijna een half miljoen gulden. Daarnaast zal door instanties als het Ziekenfonds, de Sociale Dienst en het ministerie van VROM (huursubsidie) een bedrag van bijna een kwart miljoen worden verhaald op de Nederlandse 'schijnpartners' en de bemiddelaars. Enkele tientallen Ziekenfondsinschrijvingen werden naar aanleiding van het onderzoek beëindigd. Waar nodig werd door de betrokken organisaties proces-verbaal opgemaakt.
Controlerisico's
Uit de onderzoeksresultaten is gebleken dat er een aantal risico's bestaat in de toetsing op de naleving van de relevante wet- en regelgeving. Zo blijkt het naturalisatietraject tijdens het onderzoek naar een schijnrelatie door te kunnen lopen. Tijdens het RIF onderzoek is in een aantal gevallen naturalisatie verleend, terwijl van een schijnrelatie sprake was. Als iemand eenmaal is genaturaliseerd, is dat op dit moment nog niet terug te draaien. Toen dit probleem ontdekt werd, is in voorkomende gevallen het naturalisatietraject aangehouden. Ook bleken de geautomatiseerde landelijke databestanden waar de Dienst Vreemdelingenpolitie (DVRP) gebruik van maakt en de databestanden van de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) niet goed op elkaar te zijn afgestemd. Men heeft wederzijds geen volledige inzage in elkaars gegevens. De DVRP kan bijvoorbeeld niet direct zien of er bij de IND een naturalisatieverzoek loopt en de IND kan geen achtergrondinformatie van de DVRP inzien.
De controle op de (schijn)relatie door de DVRP is geconcentreerd op het moment van de (verlengings)aanvraag. Gedurende de 3 jaar dat het traject loopt, vindt echter weinig of geen controle plaats, waardoor een schijnrelatie niet makkelijk ontdekt zal worden. Er is géén tweezijdige informatieuitwisseling tussen de DVRP en de Sociale Dienst. Hierdoor kan het voorkomen dat bij de DVRP géén informatie wordt ontvangen die zou moeten leiden tot een herbeoordeling van de zogenaamde inkomenseis. Tenslotte is uit het RIF onderzoek gebleken dat men zich bij verschillende organisaties verschillend kan laten registreren (bijvoorbeeld verblijfplaats, gezinssamenstelling) zonder dat dit automatisch leidt tot een vergelijking en een daarop aansluitend onderzoek.
Het RIF
Het RIF Amsterdam is een samenwerkingsverband van de Belastingdienst Ondernemingen Amsterdam, GAK Nederland bv, Sociale Dienst Amsterdam, Regiopolitie Amsterdam-Amstelland en het Openbaar Ministerie arrondissement Amsterdam. Voorzitter van de stuurgroep van het RIF is de wethouder Sociale Zaken van Amsterdam, F. Köhler. Tijdens het onderzoek naar schijnrelaties werd ./3 3 nauw samengewerkt met de Dienst Vreemdelingenpolitie, de Immigratie en Naturalisatiedienst, het ministerie van VROM, ZAO Zorgverzekeringen en de Sociale Verzekeringsbank. Het RIF Amsterdam is opgericht in 1994. Belangrijk in de RIF methodiek is het zichtbaar maken van de oorzaken van de geconstateerde fraude - de gelegenheidsstructuren - waardoor maatregelen kunnen worden genomen om de fraude in de toekomst te voorkomen.
Informatie voor de pers
Het onderzoeksrapport van het RIF 'Eindrapport Cupido - project schijnrelaties' is verkrijgbaar bij de afdeling Communicatie van de gemeente Amsterdam, telefoon 5522208.