Verbergen
Deze site bevat alleen archiefmateriaal! Ga voor de meest actuele informatie naar Amsterdam.nl

Opdracht en werkwijze visitatiecommissie As-Siddieq

10 december 2002

In het kort

Inhoud:
Opdracht aan de visitatiecommissie
Samenstelling en Werkwijze van de visitatiecommissie
Aanleiding voor de visitatie
Nadere specificatie van de opdracht aan de visitatiecommissie


Inhoud:
Opdracht aan de visitatiecommissie
Samenstelling en Werkwijze van de visitatiecommissie
Aanleiding voor de visitatie
Nadere specificatie van de opdracht aan de visitatiecommissie

De opdracht aan de visitatiecommissie is omInzicht te verschaffen in de wijze waarop de school de leerlingen

  1. voorbereid op integratie in en deelname aan de Amsterdamse samenleving waar mensen leven met uiteenlopende culturele achtergronden en normen- en waardenstelsels
  2. integratie van leerlingen belemmert
  3. leerlingen vertrouwd maakt met de Nederlandse rechtsorde
  4. normen en waarden overdraagt die leerlingen in conflict kunnen brengen met de Nederlandse wet- en regelgeving.

Integratie is een algemeen begrip. Om de opdracht te kunnen uitvoeren is een concretisering nodig van de criteria aan de hand waarvan de commissie kan beoordelen. Drie aspecten worden uitgelicht: integratie, interne openheid, bestuur en schoolleiding. De onderstaande concretisering wordt toegelicht in paragraaf 2.

Integratie (externe openheid naar de samenleving toe): de commissie onderzoekt

  • of de school de leerlingen actief kennis laat nemen van andere heersende normen en waardenstelsel in Nederland
  • of bij die overdracht van kennis respect voor en acceptatie van die andere normen- en waardenstelstels wordt bijgebracht
  • of er aandacht is voor het aanleren van sociale competenties die nodig zijn om te kunnen participeren in een open samenleving waarin sprake is van een veelheid aan uiteenlopende leef- normen en waardenstelsels
  • of in inhoud van de godsdienstlessen bij de leerlingen een negatieve integratiegerichtheid stimuleert tegenover de aspecten van de Nederlandse cultuur en samenleving

Interne openheid (naar de leerlingen, ouders en leerkrachten toe): de commissie onderzoekt

  • of ouders, leerlingen en leerkrachten betrokken kunnen zijn bij het vaststellen van het schoolbeleid
  • of er een functionerende ouderraad en medezeggenschapsraad is
  • of ouders, leerlingen en leerkrachten kunnen opkomen voor hun eigen mening

Bestuur en management: de commissie onderzoekt

  • of er een duidelijke organisatorische scheiding is tussen bestuur en schoolleiding
  • of er sprake is van een heldere taak- en verantwoordelijkheidsverdeling tussen bestuur en schoolleiding (statuten, directiestatuut)
  • of er sprake is van inmenging in de gang van zaken op de school door anderen dan het bestuur

De samenstelling en werkwijze van de visitatiecommissie:

de visitatiecommissie wordt ingesteld door het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam, nadat de samenstelling en werkwijze van de commissie is besproken met het schoolbestuur de commissie is onafhankelijk de visitatiecommissie bestaat uit vijf leden, waarvan twee op voordracht van het schoolbestuur de visitatiecommissie wordt ondersteund door een secretaris de visitatiecommissie treedt in overleg met het schoolbestuur en de schoolleiding om haar eigen werkwijze in te richten de commissie stelt het schoolbestuur en de schoolleiding in staat op de door de commissie te formuleren vragen schriftelijke voorbereidingen te treffen. De schriftelijke voorbereiding is onderdeel van de visitatie de commissie richt zich primair op het schoolbestuur, schoolleiding, leerlingen, ouders, de medezeggenschapscommissie, ouderraad, leerkrachten en andere medewerkers van de school de commissie is vrij in het kiezen van haar gesprekspartners de commissie benadert zelf haar gesprekspartners, zo nodig verleent het schoolbestuur zijn medewerking de gesprekken kunnen zowel binnen als buiten de school worden gevoerd de commissie kan andere gesprekspartners benaderen indien dat de kwaliteit van de visitatie ten goede komt de commissie legt haar bevindingen voor aan het schoolbestuur en de schoolleiding de commissie rapporteert over haar bevindingen aan de wethouder Onderwijs, waarbij melding wordt gemaakt van de reactie op de bevindingen van schoolbestuur en schoolleiding de commissie draagt suggesties voor verbeteringen aan indien zij stuit op risico's voor het integratiebevorderend karakter van de school de wethouder Onderwijs bespreekt de bevindingen van de commissie met het schoolbestuur en rapporteert aan het college van Burgemeester en Wethouders de opdracht aan de commissie en de eindrapportage van bevindingen van de commissie zijn openbaar

Samenstelling commissie:

  1. (voorzitter)
  2. (lid)
  3. (lid)
  4. (lid, door de school voorgedragen)
  1. (lid, door de school voorgedragen)

Aanleiding van de visitatie

De rijksinspectie heeft in haar rapportage over het Islamitische onderwijs aangegeven dat enkele scholen reden tot zorg geven als het gaat om het ondersteunen van de integratie van haar leerlingen in de Nederlandse samenleving. Een van deze scholen, de As-Siddieq, is gelegen in Amsterdam. De inspectie constateert een gebrek aan openheid van de school. Dat, zo stelt de inspectie, belemmert de integratie van de leerlingen in de Nederlandse samenleving. De inspectie heeft het godsdienstonderwijs niet onderzocht. De vrijheid van godsdienst, verankerd in de grondwet, beperkt immers de bevoegdheden van de rijksinspectie. Het inspectierapport suggereert dat het godsdienstonderwijs aan de school mogelijk waarden en normen overbrengt die integratiebelemmerend werken.

Indien de conclusies en vermoedens van de inspectie correct zijn, is dat voor de gemeente Amsterdam een onacceptabele zaak waarover ernstig met het schoolbestuur dient te worden gesproken. Een leefbare stad vereist immers integratie van alle groepen en individuen die deel uitmaken van de Amsterdamse burgergemeente. De gemeente is echter ook van mening dat het een ernstige zaak is als de conclusies onterecht zijn. Integratie is immers alleen mogelijk indien de ontvangende samenleving zich openstelt voor de te integreren groep. Waar een basisgevoel van veiligheid en acceptatie voorwaarde is voor integratie, werkt een voortdurend en ongefundeerd wantrouwen integratiebelemmerend. Het is dan een wederzijds belang van schoolbestuur en gemeente om helderheid in deze te scheppen over het schoolklimaat aan de As-Siddieq. De gemeente stelt daarom een visitatiecommissie in die onderzoekt of het pedagogisch-didactisch schoolklimaat op de As-Siddieq integratiebelemmerend werkt. Vanwege dit wederzijdse belang aan duidelijkheid over de gang van zaken op de school is aan het bestuur van de As-Siddieq gevraagd om mee te werken aan de visitatie.

Kenmerkend voor het inspectierapport is dat de vermoedens en conclusies onvoldoende zijn onderbouwd. De inspectie beoordeelt de gang van zaken op de school als overwegend positief, maar geeft aan dat er enkele risicofactoren zijn. Aangezien uit het rapport blijkt dat de genoemde risicofactoren ook voorkomen op de meeste andere scholen, is het onduidelijk waarin de As-Siddieq zich nu zo specifiek onderscheidt. De indruk is dat het gescheiden houden van jongens en meisjes in de lessen en pauzes door de school een belangrijke indicator is voor de stelling van de inspectie. De wethouder Onderwijs zal de inspectie vragen haar stelling alsnog te onderbouwen en zo nodig de school nader te onderzoeken.

De gemeente heeft geen formele bevoegdheden als het gaat om het onderzoeken van de kwaliteit van het onderwijs en het pedagogisch-didactisch klimaat op de school. Het is aan de rijksinspectie om de school in deze te inspecteren en controleren. De inspectie heeft zich in de afgelopen jaren intensief met de school bemoeid door het uitvoeren van jaarlijkse inspecties (waar een twee- of driejaarlijks regulier schooltoezicht tot voor kort gangbaar was). Deze bemoeienis heeft geleid tot het aanpakken van de kwaliteit van de school door directie en bestuur. Er is sprake van een stijgende tendens van de onderwijskwaliteit. Het lerarentekort, dat met name het Islamitisch onderwijs parten speelt, stelt momenteel grenzen aan de groeimogelijkheden van de onderwijskwaliteit.

De gemeente heeft wel de verantwoordelijkheid en bevoegdheid om in het kader van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid met schoolbesturen afspraken te maken over het bestrijden van onderwijsachterstanden. De wethouder Onderwijs heeft in het kader van het lokaal onderwijs en jeugdplan (LO&JP) met alle schoolbesturen afspraken gemaakt over het voeren van kwaliteitsbeleid. Door middel van prestatieafspraken en het afleggen van rekenschap hierover werken alle schoolbesturen mee aan het streven naar betere resultaten. Het monitoren van de onderwijskwaliteit aan de As-Siddieq door de gemeente gebeurt binnen dit kader van het LO&JP. De citoscores van de school, een belangrijke prestatie-indicator voor het gemeentelijk kwaliteitsbeleid, geven geen aanleiding om de gemeentelijke bemoeienis met het kwaliteitsbeleid van de school te intensiveren. De school neemt deel aan het tweejaarlijkse Prima Cohortonderzoek, waarvan de uitkomsten steeds met het stadsdeel worden besproken. Uit het onderzoek blijkt dat het welbevinden van de leerlingen in orde is. Het onderzoeken van de kwaliteit van het onderwijs is dan ook geen opdracht aan de visitatiecommissie. Het stadsdeel, als lokale overheid voor het primair onderwijs verantwoordelijk voor het primair onderwijs, heeft aangegeven dat het schoolbestuur en de school volop participeert in het decentraal lokaal overleg over van stadsdeel en schoolbesturen, terwijl de school gewoon deelneemt aan alle buitenschoolse activiteiten zoals de consensusvoorzieningen (schooltuinwerk en dergelijke). Vanuit het perspectief van lokaal onderwijsbeleid is een nadere visitatie dan ook niet aan de orde.

Nadere specificatie van de opdracht aan de visitatiecommissie

  • Pedagogisch-didactisch schoolklimaat

Het pedagogisch-didactisch verwijst naar de wijze waarop leerkrachten met de leerlingen omgaan.Het pedagogisch-didactisch schoolklimaat kan een negatieve invloed hebben op de openheid van de school en de houding van de leerlingen ten opzichte van de Nederlandse samenleving. Het onderzoeken of het pedagogisch-didactisch klimaat een negatieve bijdrage levert aan de integratiegerichtheid van de leerlingen behoort daarmee uitdrukkelijk tot de opdracht aan de visitatiecommissie.

  • Godsdienstonderwijs

Het godsdienstonderwijs is door de rijksinspectie niet afdoende onderzocht. Dat geldt overigens voor het godsdienstonderwijs op alle scholen voor bijzonder onderwijs. Gezien de vrijheid van onderwijs zoals die in de grondwet is verankerd, ligt het niet voor de hand dat de overheid in diens opdracht de rijksinpectie- het godsdienstonderwijs onderzoekt. Toch kan de kamer de minister vragen om het godsdienstonderwijs op de Islamitische scholen aan een nader onderzoek te onderwerpen. De wethouder Onderwijs zal zon onderzoek kritisch volgen en zo nodig een eigen nader onderzoek gelasten. Het momenteel voorliggende inspectierapport wekt de suggestie dat het godsdienstonderwijs aan de As-Siddieq een negatieve invloed heeft op de integratiegerichtheid van haar leerlingen. Het schoolbestuur wordt daarom verzocht in te stemmen met een onderzoek naar de gang van zaken tijdens de godsdienstlessen. Ook nu is het onderzoeken van de kwaliteit van deze lessen niet het doel van het onderzoek. Onderzocht wordt of de inhoud van de lessen een negatieve effect heeft op de integratiegerichtheid van de leerlingen in de Nederlandse samenleving. Dat is het geval als de godsdienstlessen bij de leerlingen een negatieve attitude stimuleert tegenover de Nederlandse cultuur en samenleving en de daarbinnen heersende normen- en waardenstelstels.

  • Integratie

De visitatiecommissie dient te onderzoeken of het pedagogisch-didactisch schoolklimaat en de godsdienstlessen aan de school bij de leerlingen een negatieve attitude stimuleert ten opzichte van de Nederlandse samenleving, waardoor de integratie van deze leerlingen kan worden belemmerd. Integratie is echter geen eenduidig begrip. Wat integratie is, wanneer iemand is geïntegreerd en wat integratiebevorderend of belemmerend werkt is eerder onderwerp van discussie dan overeenstemming! De opdracht aan de visitatiecommissie dient daarom nader te worden gespecificeerd.

In de discussie over integratie wordt al gauw gesproken over normen en waarden. Het versterken van het besef van normen en waarden staat momenteel hoog op de politieke agenda. Waar normen en waarden worden overgedragen die niet stroken met de Nederlandse normen en waarden kan integratie worden belemmerd, zeker als die overdracht gepaard met een afwijzende houding ten opzichte van het Nederlandse normen en waardenstelsel. Maar net als het begrip integratie biedt de discussie over het normen en waardenstelsel geen eenduidige toetsingscriteria. Ook nu gaat het om begrippen die door verschillende (groepen) mensen verschillend worden ingevuld. De vraag is wiens normen en waarden model staan voor dé Nederlandse normen en waarden. Kenmerkend voor de Nederlandse cultuur is immers het enorme scala aan en respect voor uiteenlopende normen- en waardenstelsels die (groepen) mensen hanteren bij het richting geven aan hun handelen. De begrenzing is dat het handelen zich dient af te spelen binnen de grenzen van de wet en geen belemmerende werking hebben op andere (groepen) individuen. Dit functioneren binnen de kaders van de Nederlandse wet- en regelgeving is een belangrijk ijkpunt. De Nederlandse samenleving gaat ver in het accepteren van religieuze normen- en waardenstelsels die kunnen conflicteren met andere grondrechten, zoals het anti-discriminatieverbod. Recent is het door de overheid accepteren van gewetensbezwaren van christelijke ambtenaren van de burgerlijke stand, zodat deze, alhoewel in publieke dienst, geen ontslag hoeven te vrezen als zij weigeren homoseksuele paren te huwen. Het gescheiden lesgeven aan jongens en meisjes is dan ook geen criterium om een school te bestempelen als integratiebelemmerend. Zo is het nog niet zo heel erg lang geleden dat bijvoorbeeld rooms-katholieke scholen aparte scholen onderhielden voor jongens en meisjes, waarbij de scepter over de meisjesscholen vaak werd gezwaaid vanuit het klooster. Er zijn geen enkele aanwijzingen dat dit de integratie van deze jongens en meisjes heeft belemmerd. En ook heden te dage zijn er naast de As-Siddieq in Nederlands meerdere zuilen aan te wijzen waarbinnen scholen existeren die strikte normen hanteren voor het onderwijs aan jongens en meisjes.

Als overkoepelende algemene Nederlandse norm kan dan ook worden gesteld dat eenieder kan leven volgens zijn eigen normen en waardenstelsel zolang dit niet in strijd is met wet- en regelgeving, geen beperkingen oplegt aan anderen, en respect en acceptatie van (groepen) mensen met andere normen en waarden een vanzelfsprekend uitgangspunt is. Binnen dit maatschappelijke toetsingskader past ook acceptatie en respect voor normen en waardenstelsels die op Islamitische grondslag zijn gestoeld. Het is dan ook niet aan de visitatiecommissie om een waardeoordeel uit te spreken over de normen en waarden die worden overgedragen aan de leerlingen van de As-Siddieq zolang zich dit afspeelt in het maatschappelijk toetsingskader. Daar staat tegenover dat van -in dit geval Islamitisch georiënteerde- instellingen mag worden gevraagd dat ook zij andere dan de eigen normen en waardenstelsels accepteren en respecteren.

Voor alle scholen in Nederland, inclusief de openbare scholen, betekent dit dat zij hun leerlingen dienen voor te bereiden op deelname aan een samenleving waarin sprake is van een grote differentiatie aan normen en waardenstelsels. Het kunnen omgaan met deze uiteenlopende normen en waarden kan worden geformuleerd als een sociale competentie die mensen moeten beheersen om zich succesvol in de Nederlandse samenleving te kunnen bewegen. Dat betekent dat van schoolbesturen, en dus ook van de As-Siddieq, mag worden geëist dat zij hun leerlingen kennis van en respect voor andere dan de eigen normen en waarden bijbrengen en hun leerlingen voorbereiden op het functioneren in deze in onze samenleving. Deze kennis- en attitudeoverdracht kan worden geformuleerd als een belangrijke indicator voor de openheid van de school: als de school hieraan voldoet, als de school leerlingen voorbereid op het samenleven in een gedifferentieerde samenleving, is er sprake van openheid naar de Nederlandse samenleving.

Nadere specificatie van de opdracht: interne openheid

Naast de mate van externe openheid van de school (gedefinieerd als integratiegerichtheid) is de interne openheid van belang. Bij interne openheid gaat het om de mate waarin direct betrokkenen bij de school invloed kunnen uitoefenen op het schoolbeleid en het schoolklimaat. Direct betrokkenen in dit opzicht zijn de schoolleiding, leerkrachten en andere medewerkers, leerlingen en hun ouders. De samenstelling, bevoegdheden en werkwijze van de medezeggenschapsraad en de ouderraad kunnen aanwijzingen geven voor de mate van interne openheid. Ook de aanwezigheid van een functionerende klachtenregeling, klachtencommissie, vertrouwens- en contactpersonen is een aanwijzing voor de positie van medewerkers, ouders en leerkrachten. Interne openheid biedt de gebruikers van de school de mogelijkheid om zelf een stempel te drukken op het schoolbeleid en het schoolbeleid. Het biedt hen de mogelijkheid om naast en met het schoolbestuur te werken aan een school die aansluit bij de vraag van ouders en leerlingen. Deze vraaggerichtheid van het onderwijs is nog lang geen regel in het Nederlandse onderwijsbestel. Ook binnen andere denominaties is het aanbodgericht werken eerder regel dan uitzondering.

Nadere specificatie van de opdracht: bestuur en schoolleiding

In de discussie over Islamitische scholen wordt zo nu en dan de suggestie gewekt dat bestuursleden banden hebben met andere organisaties. Deze organisaties zouden via de bestuursleden een onacceptabele stempel drukken op de school. Voor bestuursleden van álle denominaties geldt dat zij regelmatig meerdere bestuursfuncties bekleden of anderszins betrokken zijn bij andere organisaties, waaronder bijvoorbeeld kerkelijke instanties. Deze verankering in de gemeenschap wordt in de regel niet alleen positief beoordeeld, maar is vaak ook een reden waarom mensen worden benaderd zich voor een bestuursfunctie beschikbaar te stellen! Er is geen reden om deze verankering bij Islamitische schoolbestuurders negatief te beoordelen, tenzij anderen dan de bestuursleden aansturende invloed uitoefenen op schoolleiding en schoolklimaat. De visitatiecommissie dient dat te onderzoeken. Een onderzoek naar banden met onwettige organisaties, wat voor bestuurders van alle denominaties ongeoorloofd is, behoort niet tot de opdracht van de visitatiecommissie. De rijksinspectie heeft aangegeven dat er geen aanwijzingen zijn dat dit binnen de As-Siddieq aan de orde is.

Er zijn signalen dat de taak-en verantwoordelijkheidsverdeling tussen bestuur en directie, veelal vastgelegd in een directiestatuut, op Islamitische scholen niet helder is. Sommige besturen zouden zich te intensief bemoeien met schoolse zaken die in principe aan de schoolleiding zijn. Ook op de As-Siddieq zou sprake zijn van een schoolbestuur dat te intensief in de school aanwezig is. De commissie dient dat te onderzoeken. Het is immers de taak van het schoolbestuur om de schoolleiding aan te sturen en niet de school. Het is de vraag of de onderwijskundige en personele expertise van het schoolbestuur voldoende is om deze taak goed te kunnen uitvoeren.

-----