Zoeken
Pad tot huidige pagina
Verbergen
Deze site bevat alleen archiefmateriaal! Ga voor de meest actuele informatie naar Amsterdam.nl

Betere systematiek voor Kunstenplan 2009-2012

21 december 2005

In het kort

In de aanloop naar het Kunstenplan 2009-2012 gaat de gemeente Amsterdam de procedure voor en de systematiek van het kunstenplan aanpassen. Bureau Collegamento heeft hierover een advies aan de gemeente uitgebracht.


In de aanloop naar het Kunstenplan 2009-2012 gaat de gemeente Amsterdam de procedure voor en de systematiek van het kunstenplan aanpassen. Bureau Collegamento heeft hierover een advies aan de gemeente uitgebracht.

Systematiek per segment

In de huidige systematiek van het kunstenplan krijgen alle aanvragers van een meerjarige subsidie dezelfde behandeling. Hiermee wordt onvoldoende recht gedaan aan de grote functionele verschillen die er tussen de aanvragers bestaan. Voor de volgende kunstenplanperiode onderscheidt de gemeente drie segmenten in het culturele veld: de stabiele functies (de top), de flexibele functies en activiteiten (de kern) en de dynamische functies en activiteiten (de humuslaag).

Voor elk van deze segmenten ontwerpt de gemeente in 2006 een systematiek op maat. Hierbij wordt rekening gehouden met de uiteenlopende karakteristieken. Per segment wordt vastgesteld:

  • Voor hoeveel jaar achtereen kan subsidie verleend worden (de standaard is nu vier jaar, maar dat kan in de toekomst langer of korter zijn).
  • Welk beoordelingskader is het meest toepasselijk (nu worden aanvragen in hoofdzaak op artistieke merites beoordeeld, in de toekomst zullen ook de maatschappelijke of economische betekenis meegewogen kunnen worden).
  • Over welke competenties of kwaliteiten moet een beoordelaar beschikken (een ander beoordelingskader stelt uiteraard eisen aan de wijze waarop aanvragen beoordeeld worden en aan de competentie van degenen die hierover adviseren).
  • Hoeveel budget is per segment nodig.
    Met deze differentiatie, die veel overeenkomsten vertoont met de landelijke herijking van de Cultuurnotasystematiek (OCW), komt een einde aan de gelijke behandeling van ongelijke gevallen. De uitwerking van de segmentering gebeurt in overleg met het culturele veld.

Sectoranalyses
Naast de genoemde segmentering vindt een tweede vernieuwing plaats. Van de verschillende sectoren of bedrijfstakken worden in 2006 sectoranalyses gemaakt. Dit geldt onder andere voor de podiumkunsten, film/audiovisueel, beeldende kunst en erfgoed. Een sectoranalyse bevat een beknopte schets van de totale sector in Amsterdam, waarbij zowel gesubsidieerde als commerciële culturele functies aan de orde komen. De analyse gaat in op relevante trends en ontwikkelingen en op de sterke en zwakke kanten van een sector. Op deze manier komt een goed beeld tot stand van de verhouding tussen vraag en aanbod in een bredere culturele en maatschappelijke context.

Overige verbeteringen
Behalve invoering van de drie segmenten en de sectoranalyses wordt het beleidsprogramma ‘Internationale cultuurstad’ verdiept. Ook wordt er gekeken of de besluitvorming over het Kunstenplan 2009-2012 op een vroeger moment in het jaar (2008) kan plaatsvinden dan tot op heden gebruikelijk is. Hierdoor krijgen aanvragers van subsidie zo snel mogelijk zekerheid. Voor de gemeente beperkt een snellere besluitvorming het financiële risico bij beëindiging van subsidies.

Daarnaast gaat de gemeente bevorderen dat de Amsterdamse Kunstraad bij het samenstellen van een adviescommissie voor het nieuwe kunstenplan de juiste deskundigheid inschakelt. Het culturele veld heeft hier nadrukkelijk om gevraagd.

Behandeling in de raadscommissie is op 19 januari

-----