In het kort
De situatie op de Amsterdamse taximarkt gaat langzaam maar zeker de goede kant op. De handhaving is strikter, de hoeveelheid incidenten op de standplaatsen neemt af en de noodzaak van een mentaliteitsverandering dringt tot de branche door. Het college van B&W roept de branche dan ook op om het stokje verder op te pakken. Dat kan door nu al initiatieven te nemen voor groepsvorming. De gemeente Amsterdam benadrukt in een brief namens de G4 aan staatssecretaris Huizinga het belang om groepsvorming verplicht te stellen. Verder is de samenwerking tussen gemeente, toezichthouders, politie, en de Rijksinspectie voor Verkeer en Waterstaat (IVW) de laatste maanden verbeterd. Dit blijkt uit de Voortgangsrapportage ‘Naar een gezonde Taximarkt’ waarmee het college op 17 november heeft ingestemd.
De situatie op de Amsterdamse taximarkt gaat langzaam maar zeker de goede kant op. De handhaving is strikter, de hoeveelheid incidenten op de standplaatsen neemt af en de noodzaak van een mentaliteitsverandering dringt tot de branche door. Het college van B&W roept de branche dan ook op om het stokje verder op te pakken. Dat kan door nu al initiatieven te nemen voor groepsvorming. De gemeente Amsterdam benadrukt in een brief namens de G4 aan staatssecretaris Huizinga het belang om groepsvorming verplicht te stellen. Verder is de samenwerking tussen gemeente, toezichthouders, politie, en de Rijksinspectie voor Verkeer en Waterstaat (IVW) de laatste maanden verbeterd. Dit blijkt uit de Voortgangsrapportage ‘Naar een gezonde Taximarkt’ waarmee het college op 17 november heeft ingestemd.
Wel kunnen de problemen op de Amsterdamse taximarkt alleen structureel worden opgelost door wijziging van de landelijke taxiwet. De G4 hebben staatssecretaris Huizinga vorige week een uitgebreide brief gestuurd met een reactie op de conceptwet. Daarop vooruitlopend wil de gemeente nu al groepsvorming actief stimuleren en die na de wijziging van de landelijke taxiwet in 2010 verplicht stellen bij taxichauffeurs die in Amsterdam opereren. Chauffeurs kunnen dan elkaar aanspreken op hun gedrag en voor de klant wordt het duidelijker waar zij met klachten terecht kunnen.
De G4 willen naast de landelijke chauffeurspas (met eisen op het gebied van voertuigen en rijtijden) aanvullende eisen kunnen stellen als het gaat om zaken die de klant rechtstreeks raken, zoals verbaal en fysiek geweld, en het weigeren van ritten. De eisen betreffen daarnaast uiterlijke kenmerken, zoals een Amsterdamse sticker of daklicht en netheid van de chauffeur. De gemeenten willen zelf kunnen handhaven op hun lokale regels. Amsterdam moet dus direct een boete kunnen opleggen of een gemeentelijke taxivergunning (tijdelijk) kunnen intrekken. De procedures duren nu te lang en zijn te omslachtig.
Verantwoordelijk wethouder Hans Gerson: “Het is genoeg geweest met de problemen op de taximarkt. Als een chauffeur zich ernstig misdraagt, zal dat consequenties moeten hebben. Kwaadwillende chauffeurs merken zo langzamerhand dat hun overtredingen en slechte gedrag niet onbestraft blijven. Maar we merken dat het de goede kant op gaat. Totdat de nieuwe wet komt, trekken we alles uit de kast.”
Ook wil het college bij excessen stevig kunnen optreden in samenwerking met politie en IVW. Daarbij kijkt de gemeente naar de mogelijkheden van de zogenoemde hufteraanpak. Dit is een integrale aanpak van chauffeurs die zich systematisch misdragen in het verkeer (bijvoorbeeld door rood licht rijden en te snel rijden), op de taxistandplaats of richting klanten (oplichten, omrijden en ritten weigeren). Door de incidenten bij elkaar op te tellen ontstaat er reden de ontheffing tram- en busbaan, toegangspas CS en de chauffeurspas in te trekken. De voorschriften voor de tram/busbaanontheffing worden verscherpt.
Voor de twee belangrijkste taxistandplaatsen CS en Leidseplein zijn structurele verbeteringen in voorbereiding. Beide plaatsen krijgen op termijn een andere locatie. Andere infrastructuur moet leiden tot minder verkeersproblemen door wachtende taxi’s.
Op woensdag 9 december vergadert de Raadscommissie voor Verkeer, Vervoer en Infrastructuur over de Voortgangsrapportage.
Pb-264