Hoewel de geur niet altijd om over naar huis te schrijven was, werd een ander opvallend element van de grachten wel altijd geroemd: het groen. In Amsterdam werden vanaf omstreeks 1600 langs iedere nieuwe gracht systematisch bomen geplant. Wij staan er nu niet meer bij stil, maar destijds was dat vrijwel uniek in Europa.
Hoewel de geur niet altijd om over naar huis te schrijven was, werd een ander opvallend element van de grachten wel altijd geroemd: het groen. In Amsterdam werden vanaf omstreeks 1600 langs iedere nieuwe gracht systematisch bomen geplant. Wij staan er nu niet meer bij stil, maar destijds was dat vrijwel uniek in Europa.
Aan de brede kaden in de grachtengordel kwamen de bomen goed tot hun recht. Strak in het gelid langs die rechte grachten boden ze een moderne aanblik, terwijl ze tegelijkertijd zorgden voor een levendige en schilderachtige sfeer. Het groen vormde een prachtig contrast met water en steen. En bovendien boden de bomen schaduw en zorgden ze voor frisse lucht.
Maar het stadsbestuur ging wat het groenbeleid betreft nog verder. Bij het ontwerp van de grachtengordel werden er tussen de grachten grote woonblokken ingetekend, waarbij bepaald werd dat de smalle percelen maximaal voor de helft bebouwd mocht worden. Daardoor ontstonden er achter de grachtenpanden diepe rechthoekige tuinen, iets wat tot dan toe in de stad een zeldzaamheid was. De tuinen werden volgens de mode ontworpen in strakke geometrische patronen. Ze vormden een groene zone, een oase van rust in de drukke stad, weliswaar uitsluitend voor de ‘happy few’.