Een wereldmonument

Het zijn niet alleen de trotse inwoners van Amsterdam die hun grachtengordel uniek noemen. Sinds jaar en dag reikt de faam van de zeventiende-eeuwse grachten tot ver buiten de stads- en landsgrenzen. Dat is natuurlijk te danken aan de schilderachtige sfeer in het gebied, met het water, de vele bruggen, de bomen en de grachtenpanden.

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

Een wereldmonument

Het zijn niet alleen de trotse inwoners van Amsterdam die hun grachtengordel uniek noemen. Sinds jaar en dag reikt de faam van de zeventiende-eeuwse grachten tot ver buiten de stads- en landsgrenzen. Dat is natuurlijk te danken aan de schilderachtige sfeer in het gebied, met het water, de vele bruggen, de bomen en de grachtenpanden.

Foto van de Prinsengracht. Fotografie Nick Vocht.

Maar ook de meer technische aspecten zoals de halfronde plattegrond en de ideeën erachter, het watermanagement én de omvang van het gebied maken dat de grachtengordel zijn gelijke niet kent in de rest van de wereld.

Internationale erkenning

De Amsterdamse grachtengordel is dan ook terecht op de Werelderfgoedlijst van UNESCO geplaatst. Het is de internationale erkenning van het bijzondere karakter van dit deel van de historische binnenstad. Het is de bevestiging van wat iedereen eigenlijk al wist: de grachtengordel is een monument van wereldformaat.

14 kilometer gracht, 80 bruggen

Wie grachtengordel zegt, doelt waarschijnlijk op de drie grachten die zo gemakkelijk in alfabetische en topografische volgorde te noemen zijn: Herengracht, Keizersgracht en Prinsengracht. Maar feitelijk horen ook het Singel, de Nieuwe Heren-, Keizers- en Prinsengracht aan de oostkant van de Amstel én de zeven dwarsgrachten erbij. De hoofdgrachten omsluiten de oude binnenstad. Het gehele gebied is zo’n 160 hectare groot, de totale lengte van de grachten meet 14 kilometer en er zijn maar liefst 80 bruggen.

Zeventiende-eeuwse stadsuitbreiding

Afgezien van het Singel, dat ouder is, zijn de grachten onderdeel van de grote zeventiende-eeuwse stadsuitbreiding die in twee fasen plaats vond. De eerste fase (de Derde Uitleg) werd vanaf 1610 gerealiseerd en de tweede fase (de Vierde Uitleg) na 1660. Uitbreiding was broodnodig, want Amsterdam groeide explosief. De stad beleefde zijn Gouden Eeuw in economisch, politiek en cultureel opzicht. Het stadsbestuur besloot daarom het nieuwe gebied een uitstraling te geven die passend was voor de rijke en machtige handelsstad die Amsterdam was geworden. De deftige naamgeving van de drie hoofdgrachten hoorde daar ook bij.

Chique woongrachten

Toch was de echte allure vooral aan de Herengracht en Keizersgracht te vinden. Deze uitzonderlijk brede grachten waren voornamelijk bestemd als chique woongrachten voor de welgestelde kooplieden. Bedrijvigheid was juist te vinden in de dwarsstraten, waar winkeliers gevestigd waren, en aan het Singel en de Prinsengracht. Die twee grachten hadden een rechtstreekse verbindingssluis met het IJ. Het drukke goederen- en personenverkeer over water was daarom daar, waar ook de pakhuizen en markten waren.

Naamgeving drie hoofdgrachten

De voorname naamgeving van de drie hoofdgrachten werd al ingezet toen eind zestiende eeuw bij de Eerste Uitleg de stadssingel zijn verdedigingsfunctie verloor en tot Koningsgracht werd gedoopt. Maar die nieuwe naam hield geen stand. In de zeventiende eeuw werd toch weer de naam Singel gebruikt. Alleen de naam van het Koningsplein is gebleven.