Het Amsterdam van de Gouden Eeuw was niet alleen om economische redenen, maar ook in intellectueel en godsdienstig opzicht een aantrekkelijke vestigingsplaats.
Het Amsterdam van de Gouden Eeuw was niet alleen om economische redenen, maar ook in intellectueel en godsdienstig opzicht een aantrekkelijke vestigingsplaats.
Westerkerk
Na 1585 groeide Amsterdam uit tot een machtige en rijke stad van internationaal belang. Gedurende een periode van honderd jaar was Amsterdam ‘het centrale pakhuis van de wereld’. Hier werden goederen van over de hele wereld binnengebracht, opgeslagen, verhandeld en weggevoerd. Pakzolders en pakhuizen, met name aan de Prinsen- en Brouwersgracht, herinneren hier nog steeds aan. En burgers die hun fortuin in de koopvaardij, handel of later in het (internationale) geld- en bankwezen hadden gemaakt, konden zich een woonhuis aan de grachten veroorloven.
Door het internationale handelsnetwerk en de vele bezoekers en inwoners van buitenlandse komaf was er volop kennis van de wereld zoals men die toen kende. Zo werd Amsterdam ‘een intellectueel pakhuis’. Er werden kaarten, atlassen, kranten, boeken en tijdschriften in allerlei talen gedrukt en verkocht. Hier waren zelfs geschriften te krijgen van buitenlandse schrijvers van wie de teksten in eigen land verboden waren.
Hoewel Amsterdam officieel protestants was, werden andere godsdiensten gedoogd. Binnen de grachtengordel waren er behalve de protestantse kerken (zoals de Noorder- en Westerkerk aan de Prinsengracht en de Oude- en Ronde Luthersekerk aan het Singel) ook schuilkerken zoals De Rode Hoed aan de Keizersgracht voor Remonstrantse gelovigen. De eeuwenoude reputatie van Amsterdam als tolerante, open stad is wat vele wereldburgers tot op de dag van vandaag aantrekt.