In het kort
Vandaag de dagzijn er in Amsterdam verschillende initiatieven om groenten en fruit te verbouwen in eigen tuin, maar ook op toekomstige bouwterreinen die nu braak liggen of op openbare grond van perken en plantsoenen die niet veel worden gebruikt, het zogenaamde Urban Farming.
Vandaag de dagzijn er in Amsterdam verschillende initiatieven om groenten en fruit te verbouwen in eigen tuin, maar ook op toekomstige bouwterreinen die nu braak liggen of op openbare grond van perken en plantsoenen die niet veel worden gebruikt, het zogenaamde Urban Farming.
Moestuinen en ophooglaag
In Amsterdam is de bodem op veel plaatsen verontreinigd. De huizen in de binnenstad en in de vooroorlogse wijken staan op een oudstedelijke ophooglaag, dat door eeuwenlange bedrijfsmatige activiteiten en het dumpen van stadsafval verontreinigd is geraakt. Het is hierdoor mogelijk dat er gezondheidsrisico’s zijn als er vaak groenten van deze sterk verontreinigde grond worden gegeten.
Een nuancering is hier echter op zijn plaats. Bij het beoordelen van gezondheidsrisico’s wordt onderscheid gemaakt tussen grote en kleine moestuinen. Bij een oppervlakte van 100 m2 tot 200 m2 spreekt men van een kleine moestuin, waarbij er vanuit wordt gegaan dat een huishouden meer dan 50% bladgroente en meer dan 25% knolgewassen van de totale groenteconsumptie in een jaar uit eigen tuin eet. Vanaf een tuinoppervlak van 200 m2 spreekt men van een grote moestuin, waarbij er per jaar 100% blad- en 50% knolgewassen uit eigen tuin worden gegeten. In de Amsterdamse binnenstad komen moestuinen van deze omvang niet voor. Daarnaast zullen er weinig Amsterdammers zijn die voor de helft van hun jaarlijkse groenteconsumptie op een binnenstedelijke moestuin zijn aangewezen. De volkstuincomplexen met tuinen van enige omvang liggen in de naoorlogse schone tot licht verontreinigde delen van de stad.
Moestuinen op braakliggend terrein (tijdelijke invulling, ‘Urban Farming’)
Sinds kort worden in de stad steeds meer initiatieven ontplooid om braakliggend terrein (tijdelijk) in te richten als buurtmoestuin, het zogenaamde ‘Urban Farming’. Hierbij kan wel sprake zijn van een oppervlakte van meer dan 100 m2. Wanneer deze gebieden in vooroorlogse wijken liggen (op de oudstedelijke ophooglaag), waarbij er een grote kans is dat de bodem sterk verontreinigd is, kan er sprake zijn van een gezondheidsrisico wanneer gewassen van deze bodem worden geconsumeerd.
Echter, bij dit soort buurtinitiatieven wordt er gezamenlijk geteeld en ook gezamenlijk geconsumeerd. De groenteconsumptie per huishouden en hiermee het gezondheidsrisico zal hierdoor beperkt zijn.
Om toch zekerheid te krijgen over de kwaliteit van de bodem en de geschiktheid voor de functie moestuin kan een bodemonderzoek worden uitgevoerd. Afhankelijk van de uitslag hiervan kan ervoor gekozen worden een extra laag schone teelaarde aan te brengen over de moestuin. Bij de Dienst Milieu en Bouwtoezicht kan informatie worden verkregen over de juiste aanpak.
Initiatieven als geveltuintjes, perkjes langs openbare groenstroken etc gaan uit van een kleiner oppervlak en zijn daarom vergelijkbaar met het telen van groenten in de eigen tuin.
Voor voorbeelden en ideeën van stadstuinen kunt u het verslag van een bijeenkomst over Tijdelijke stadslandbouw in Amsterdam dat de Dienst Ruimtelijke Ordening in 2010 heeft gehouden.
Groenten uit eigen tuin
Wanneer bewoners van de binnenstad uit hun eigen tuin eten is er strikt genomen geen sprake van een moestuin omdat een binnentuin in de meeste gevallen kleiner is dan 100 m2. Eten uit eigen tuin is dan geen probleem en levert geen gezondheidsrisico op. Wanneer een binnenstadbewoner toch het zekere voor het onzekere wil nemen kan er voor gekozen worden groenten te telen in bakken met schone teelaarde, waarbij voorkomen wordt dat er contact ontstaat met de verontreinigde bodem. Ook kan de bewoner een extra laag teelaarde aanbrengen in zijn tuin. Bovendien is het aan te raden de groenten altijd goed te wassen, omdat ook vanuit de lucht verontreinigende stoffen op de gewassen terecht kunnen komen.
Bodemonderzoek
Met de bodemkwaliteitskaart van Amsterdam kan de verontreinigingsituatie van een buurt worden ingeschat, maar de kaart geeft geen detailinformatie over de kwaliteit van de grond op een specifiek adres. Om zeker te weten wat de kwaliteit van de bodem ter plaatse is kan een bodemonderzoek worden gedaan. Met de resultaten van een bodemonderzoek kan Dienst Milieu en Bouwtoezicht (DMB) bepalen of er mogelijk sprake is van een gezondheidsrisico. DMB voert zelf geen bodemonderzoek uit, maar als u informatie wilt over de bodemkwaliteit van een specifiek adres dan kunt u contact opnemen met DMB. DMB kan in het bodemarchief kijken of er al een bodemonderzoek is uitgevoerd op het aangegeven adres.
Opname van verontreiniging door gewassen
Er is een groot verschil tussen verschillende gewassen als het gaat om de opname van milieugevaarlijke stoffen uit de bodem. Grof gezegd komt het er op neer dat blad- en wortelgewassen meer stoffen uit de grond opnemen dan fruit en noten die aan struiken of bomen hangen. Hoe verder van de grond en hoe langer de weg tussen bodem en het eetbare deel van het gewas, hoe kleiner de kans op verhoogde aanwezigheid van milieugevaarlijke stoffen.
Recent onderzoek heeft uitgewezen dat de hoeveelheid lood die door aardappels en groenten wordt opgenomen, aanzienlijk minder is dan eerder werd aangenomen. Aardappels nemen vrijwel geen lood op, bladgroenten een beetje, maar ook heel weinig. Op basis van deze uitkomsten zal de loodnorm voor moestuinen naar verwachting in 2012 worden verruimd. Zie het rapport Alterra over dit onderwerp.
Spelende kinderen
Door hand-mondgedrag zouden kinderen verontreinigde grond in hun mond kunnen krijgen. Dit kan een gezondheidsrisico vormen. In de binnenstad zijn alle openbare kinderspeelplaatsen afgedekt (zandbakken met schone grond, bestrating en rubber tegels). In de eigen tuin kan de situatie anders zijn en kunnen kinderen soms wel in contact komen met verontreinigde grond. DMB adviseert binnenstadbewoners om met gezond verstand hiermee om te gaan. Om risico’s uit te sluiten kan men kinderen laten spelen in een aparte zandbak met schoon zand. Om contact met verontreinigde grond te voorkomen kan men ook de grond afdekken met bestrating, gras zaaien of struiken planten of een laag schone teelaarde in de tuin aanbrengen. Wanneer kinderen zonder toezicht spelen in binnenstedelijke parken zijn zij meestal de kleuterleeftijd ontgroeid en zal een gezondheidsrisico door grondinname via de mond te verwaarlozen zijn.