Warmte Koude Opslag (WKO) in gemeentelijke gebouwen

In het kader van Duurzaam Vastgoedbeheer organiseert het Projectbureau ARC (Amsterdam Reduceert CO2) in 2011 een aantal bijeenkomsten voor met name gebouwbeheerders van gemeentelijke diensten, bedrijven en stadsdelen. Zo is er in maart een bijeenkomst geweest over energielabeling en maatwerkadviezen.

Kruimelpad

 

Warmte Koude Opslag (WKO) in gemeentelijke gebouwen

11 oktober 2011

In het kader van Duurzaam Vastgoedbeheer organiseert het Projectbureau ARC (Amsterdam Reduceert CO2) in 2011 een aantal bijeenkomsten voor met name gebouwbeheerders van gemeentelijke diensten, bedrijven en stadsdelen. Zo is er in maart een bijeenkomst geweest over energielabeling en maatwerkadviezen.

Op 29 september vond een bijeenkomst plaats over Warmte Koude Opslag (WKO). Het ging daarbij om de vraag ‘hoe kun je zorgen dat WKO doet wat hij moet doen?’ Bij WKO wordt in de zomer warmte opgeslagen om in de winter voor verwarming te zorgen en in de winter wordt koude opgeslagen om in de zomer voor verkoeling in een gebouw te zorgen. De toepassing van WKO is een van de methoden om energiegebruik te verminderen. Jammer genoeg wordt het nog te veel geassocieerd met problemen. Deze bijeenkomst is bedoeld om met name de gemeentelijke gebouwenbeheerders handvatten te bieden om ervoor te zorgen dat WKO goed functioneert. De ambitie van Amsterdam is immers om het gebruik van WKO te versnellen, maar dan moet de installatie wel werken en als beheerder moet je weten hoe ermee om te gaan.

Diverse inleiders uit diverse geledingen (stadsdeel Zuidoost, DMB, een extern adviesbureau en DFM van de gemeente Amsterdam gingen in op verschillende beheersaspecten die bij WKO om de hoek komen kijken. Uit de gehouden presentaties en de gevoerde gedachtewisselingen zijn nuttige tips naar voren gekomen. De belangrijkste daarvan zijn:

  1. Een goed ontwerp is de belangrijkste randvoorwaarde voor een goed functionerend WKO
  2. Hou de vinger aan de pols door continu de prestaties te monitoren. Een probleem dient zich vaak pas na verloop van tijd aan, door monitoring ben je er tijdig bij.
  3. Spreek een langere garantietermijn af dan slechts één jaar na oplevering. Uitgestelde oplevering is ook een optie. Eén jaar garantie is te kort.
  4. Goed opdrachtgeverschap: Bedenk goed welke prestaties je verlangt van je onderhoudspartijen. Je krijgt wat je vraagt. Maak onderhoudspartijen (mede)verantwoordelijk voor energiebesparing/voor de oplossing van het probleem.
  5. Maak ieder jaar een exploitatieberekening en vergelijk WKO met een conventionele installatie ten aanzien van energiekosten, beheerskosten, onderhoud en kapitaalslasten
  6. Als je twijfelt over de adviezen en prestaties van de onderhoudspartij(en), laat dit dan door een onafhankelijke deskundige beoordelen. DFM kan hierbij desgewenst een rol spelen.