In het kort
Wanneer de gemeente bij canonherzieningen einde tijdvak een aanbieding doet voor de (nieuwe) canon voor het volgende tijdvak wordt de canon bepaald op basis van de grondwaarde van de in erfpacht uitgegeven grond. Deze grondwaarde wordt bepaald door de depreciatiefactor toe te passen op de grondwaarde van bouwrijpe (en dus onbebouwde) grond (die residueel wordt bepaald).
Wanneer de gemeente bij canonherzieningen einde tijdvak een aanbieding doet voor de (nieuwe) canon voor het volgende tijdvak wordt de canon bepaald op basis van de grondwaarde van de in erfpacht uitgegeven grond. Deze grondwaarde wordt bepaald door de depreciatiefactor toe te passen op de grondwaarde van bouwrijpe (en dus onbebouwde) grond (die residueel wordt bepaald). Het college heeft de depreciatiefactor op 0,75 vastgesteld met de volgende onderbouwing:
- om grond uitgegeven in erfpacht, welke zich over het algemeen in bebouwde staat bevindt, gelijkwaardig te laten zijn aan bouwrijpe grond zullen kosten gemaakt moeten worden (doorgaans betreffen dit voornamelijk sloopkosten);
- er is sprake van een bestaande contractsituatie die niet zonder consequenties kan worden verbroken
Om deze twee redenen bestaat er een waardeverschil tussen bouwrijpe grond en grond uitgegeven in erfpacht.