De stadsverlichting voor het midden van de 17e eeuw stelde alles bij elkaar niet veel voor. Er waren te weinig lantaarns, ze brandden niet of waren beslagen met roet.
In 1811 werden weer zo’n 400 palen in de stad bijgeplaatst. Kort daarvoor was de stad gestopt om de openbare verlichting in eigen beheer te houden. Op 5 juni 1809 sloot het stadsbestuur een contract met de maatschappij ...
In 1924 verscheen in het straatbeeld een geheel nieuwe gietijzeren paal met gloeilamp-armatuur. De bedoeling was het model vooral te plaatsen in de toenmalige buitenwijken omdat het beter paste bij de modernere ...
De openbare verlichting heeft tot doel bewoners en bezoekers van Amsterdam een stad te tonen waarbij de openbare ruimte overdag oogt als een harmonieus geheel en ’s avonds een veilige en sfeervolle omgeving creëert.