Veel gevraagd

Geschiedenis Stadsilluminatie

8 juni 2009
-
Martine Douwes

In het kort

Stadsilluminatie in Amsterdam vindt haar oorsprong aan het begin van de 20e eeuw. Op initiatief van particulieren werd, tijdens bepaalde festiviteiten, feestelijke verlichting met gloeilampen aangelegd.


Stadsilluminatie in Amsterdam vindt haar oorsprong aan het begin van de 20e eeuw. Op initiatief van particulieren werd, tijdens bepaalde festiviteiten, feestelijke verlichting met gloeilampen aangelegd.

Afbeelding oude verlichting“Bij feesten, bij versieringen van de stad, behoren naar goed en oud gebruik illuminaties, die vooral in een waterstad als Amsterdam waarlijk feeëriek kunnen werken. Er is reeds heel veel over gedebatteerd, welke wijze van illuminatie de stad op haar schoonst doet uitkomen; er zijn adepten van het floodlight van de uitstortingen van lichtmonumentale gebouwen en kunstwerken; over bepaalde grote gebouwen (Westertoren, Oudekerkstoren, Zuidertoren enz.), zoals dat bij voorbeeld bij de Edison lichtweek in 1929 werd toegepast.

Anderen houden het op de verlichting, die het meest teruggrijpt op het vetpotjesprincipe dat enige generaties geleden zoveel opgang maakte en waarbij contouren van bruggen en gebouwen worden bezet met lange reeksen kleine elektrische lampen. Een wijze van verlichting die uiteraard zeer bewerkelijk en daardoor kostbaar is, maar die zeer velen altijd aanmerkelijk beter heeft voldaan dan het floodlight. En inderdaad, die verlichting met kleine lampen, die bij voorbeeld bij de illuminaties ter gelegenheid van de Olympische Spelen in 1928 bepaalde stadsgedeelten als de Magere Brug en de Keizersgracht bij de Reguliersgracht een toverachtig uiterlijk gaf, sluit in haar rustige schoonheid en haar accentuering van de edele lijnen van de aldus verlichte bouwsels het dichtst aan de natuurlijke schoonheid van de waterstad. Voor ons staat vast, dat de Westertoren nooit zo mooi was als bij een verlichting met reeksen kleine lampjes die de lijnen van dit edele bouwwerk in de avondhemel zo ontroerd deden uitkomen. Tijdens de verlichting van de Olympische Spelen deed ook de, in het stadsbeeld toch altijd al zo uiterst dankbare, fontein op het Frederiksplein het uitstekend.

Foto oude verlichting, fotograaf onbekendHoe bewerkelijk de verlichting met kleine lampen is, moge evenwel hieruit blijken, dat in 1928 voor deze verlichting van de Westertoren 1660 meter prikkabel nodig was, waarin 5840 kooldraadlampen moesten worden aangebracht. In 1948, bij de inhuldigingsfeesten, is dit herhaald. Bij de herdenking van het H. Sacrament van Mirakel in 1946 is een lijnverlichting langs huizengevels op het Begijnhof geweest, waardoor deze wel zeer bekoorlijk uitkwamen.”

”Het sterkst tot de herinnering van oude hoofdstedelingen sprak de versiering die de architect Kromhout ontwierp voor de "kroningsfeesten" in 1898. Hij maakte een straatversiering, bestaande uit dwarstraveeën, welke over de straat neigden en hierdoor een erewand vormden naar het centrale punt, het Paleis op de Dam.

Ook in 1901, bij het huwelijk der Koningin (Wilhelmina), ontwierp Kromhout de versieringen, ditmaal door het plaatsen van versierde masten in de grachten, welke masten onderling in beide richtingen werden verbonden met slingers van oranje ballons, die vooral bij avond, als de verlichting zich weerspiegelde in de grachten, een zeer mooi effect moeten hebben gehad. In 1938, bij het regeringsjubileum der Koningin, heeft onder auspiciën van de Dienst der Publieke Werken een groot aantal jonge architecten de versieringen, onder andere van particuliere bedrijven, ter hand genomen en daarmede vaak opmerkelijke resultaten bereikt. Vooral de versieringen van het Rembrandtplein, herschapen in een tuin van Amor door de architecten Groenewegen en Elzas, heeft toen veel belangstelling getrokken. Ook de forse versiering van het Weesperplein was toen zeer mooi.”

Andere gelegenheden waren de Olympische Spelen in 1928 en de Edison lichtweek in 1929: “In oktober 1929 heeft de gehele wereld Edison, de uitvinder van het elektrisch licht, gehuldigd. Ook Amsterdam is daarbij niet achtergebleven en heeft ter ere van deze man grote elektrische illuminaties gehad, onder andere door 68 zuilen van 10 meter hoog, geplaatst in dubbele rij langs het Damrak en des avonds een zee van licht over dit stadsdeel spuitend. Daarbij is tevens een proef genomen om de grachten zeer sterk te verlichten, namelijk op de Herengracht.”

Voorts moet gedacht worden aan het 300-jarig bestaan van de Universiteit van Amsterdam (UvA) in 1932, het huwelijk van prinses Juliana in 1937 en het 40-jarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina in 1938.

“Bij de bevrijding in mei 1945 moest het versieren, bij gebrek aan materiaal, voorbereidingstijd en mensen, een meer provisorisch karakter dragen en werd het hoofdzakelijk aan de buurtverenigingen overgelaten, die in enkele gevallen (Van Woustraat) aardige en boeiende resultaten wisten te bereiken, hoewel een grootse visie bij deze versiering totaal ontbrak.

Zeer groot was daarentegen de versiering der stad in 1948, bij de troonsafstand van Koningin Wilhelmina en de inhuldiging in de Nieuwe Kerk van Koningin Juliana. Honderdduizenden hebben in de laatste week van augustus en de eerste week van september 1948 de stad bezocht.”

In die jaren was de illuminatie een initiatief vanuit het bedrijfsleven. Het GEB, toen nog geheten Gemeentelijke Electriciteitswerken, was alleen vanwege de technische kennis bij de uitvoering betrokken.

Dit veranderde in 1955, toen het gemeentebestuur de Commissie Stadsilluminatie aanstelde. In deze commissie namen vertegenwoordigers plaats van het GEB, Gemeentewerken, de Afdeling Voorlichting van het Stadhuis en afgevaardigden van de Amsterdamse Kunstraad. De uitvoeringswerkzaamheden werden opgedragen aan het GEB, dat hiervoor jaarlijks over een budget kon beschikken.

Het Bureau Bijzondere Opdrachten van de toenmalige Installatie Afdeling van het GEB was tot en met 1990 verantwoordelijk voor de uit te voeren werkzaamheden.

In 1998 nam de gemeente Amsterdam – na de verzelfstandiging van het GEB – de verantwoordelijkheid voor het goed beheer van openbare verlichting en illuminatie op zich. In 2005 werd de zorg voor illuminatie een A-taak (oftewel een taak van de centrale stad). Deze taak wordt uitgevoerd door de Dienst Infrastructuur, Verkeer en Vervoer (DIVV).

Bron: Amsterdam van A tot Z, uitgave 1966. Literatuur: J.H. Kruizinga, Eerbewijs aan Edison, O.A. 1965.

-----