In het kort
Eén van de ruimtelijke ontwikkelingstrends die in Structuurvisie Amsterdam 2040 de 'vier grote bewegingen' worden genoemd is de verweving van het metropolitane landschap en de stad.
Amsterdam wordt omgeven door een zeer divers landschap, het zogenaamde metropolitane landschap. Dit dringt ver de stad in via groene scheggen. Deze verhogen de aantrekkingskracht van de stad en bieden de mogelijkheid om binnen bestaand stedelijk gebied te verdichten terwijl tegelijkertijd de leefbaarheid wordt behouden.

De stad is daarmee sterk afhankelijk van zijn directe omgeving. Al in de Gouden Eeuw recreëerden welgestelde Amsterdammers in het ommeland. Talrijke landgoederen verrezen in alle windrichtingen: west (IJ), zuid (Amstel), oost (Vecht) en noord (Beemster). Dat landschap is in het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) als groene scheggen in de uitdijende stad opgenomen. Het landschap was daarbij deels een gegeven (Amstel, IJ), deels geconstrueerd (Amsterdamse Bos, Sloterplas). De ambitie van de structuurvisie is de groene scheggen groen te houden, toegankelijker te maken en aantrekkelijker voor recreatie.