Een veranderende groep daklozen, een andere visie op eigen verantwoordelijk van daklozen en financieel andere tijden vragen om een andere aanpak van Maatschappelijke Opvang in Amsterdam. De komende jaren ligt de focus niet meer op instroom, maar veel meer op herstel en uitstroom. Uitstroom naar passend onderdak en werk of een andere dagbesteding. Enkele maatregelen in de nieuwe aanpak zijn: uitbreiding zelfstandig begeleid wonen, slechts bij hoge uitzondering 24-uursopvang en er komt een maximale verblijfsduur voor de opvang. Dat staat in de notitie "Herijking Maatschappelijke Opvang. Nieuwe problemen, nieuwe oplossingen", waarmee het College van B&W vandaag heeft ingestemd.
Wethouder Zorg, Eric van der Burg: "In Amsterdam hebben alle betrokken partijen de afgelopen jaren met succes heel hard gewerkt aan de maatschappelijke opvang van mensen die anders niet de zorg krijgen die ze hard nodig hebben. De ‘klassieke' daklozen zijn bijna allemaal onder dak en van straat. Deze ketenaanpak werkt goed en de instroom is dus prima geregeld. De uitstroom en doorstroom blijven echter achter. Daar ligt onze focus de komende jaren."
Klassieke dakloze is onder dak
De afgelopen zes jaar zijn de mensen met ernstige, meervoudige problematiek in traject en onderdak gebracht. De klassieke daklozen zoals oudere harddrugsverslaafden, zwervenden met psychiatrische problematiek, dakloze vrouwen die in de prostitutie werken, zijn zo goed als helemaal uit het straatbeeld verdwenen. Het opvangbeleid heeft duidelijk succes gehad.
Er dient zich echter een nieuwe groep daklozen aan die een beroep doet op de opvang:
- mensen zonder ernstige, meervoudige problematiek.
- vrouwen met kinderen
- mensen van buiten Nederland die geen recht hebben op sociale voorzieningen (de niet rechthebbenden)
- mensen die na detentie of psychiatrische opname door worden verwezen naar de Maatschappelijke Opvang.
De opvang kan zolang de oude groep niet door- en uitstroomt de nieuwe groep niet de hulp bieden die zij nodig heeft. En de oude groep wordt nu onvoldoende gestimuleerd hun leven weer zo zelfstandig mogelijk op te pakken.
Daarom vraagt de tweede fase van maatschappelijke opvang om meer dan zo veel mogelijk dak- en thuislozen met ernstige problematiek in een traject en onderdak te brengen. Het gaat nu niet meer alleen over instroom en stabiel houden van deze mensen, maar juist over het bevorderen van herstel en daarbij het aanspreken van de eigen kracht. Tegelijkertijd komt er meer inzet op het voorkomen van dakloosheid. In lijn daarvan vindt financiering niet alleen meer plaats op basis van het aanbieden van opvang, maar veel meer op basis van het effect, zoals het aantal mensen bij wie herstel is bereikt.
Uitgangspunt in de opvang wordt de zelfredzaamheid: in welke mate is de persoon die aanklopt zelf in staat een oplossing te vinden. Dat is bepalend voor het aanbod wat hij krijgt. Het aanbod wordt meer maatwerk: de zorg en begeleiding is dan zo zwaar als nodig en zo licht als mogelijk, zowel binnen als buiten de Maatschappelijke Opvang. Begeleid wonen wordt standaard, opname in een 24-uursvoorziening uitzondering. En het verblijf in de opvang duurt ook niet oneindig; voorstel is een maximale verblijfsduur van 6 maanden tot een jaar in te stellen. Vaker zal genoegen moeten worden genomen met minder optimale vormen van huisvesting, zoals een kamer met gedeelde voorzieningen. Overigens betekent maatwerk ook dat mensen die het zelf nooit zelf zullen kunnen redden, wel langdurig de zorg en begeleiding krijgen die ze nodig hebben.
De andere aanpak van de Maatschappelijke Opvang vraagt veel van de betrokken instellingen. Met al deze instellingen en met zorgverzekeraar Achmea zijn gesprekken gevoerd om de plannen door te spreken. Zowel Achmea als de instellingen kunnen zich vinden in de nieuwe aanpak.
De notitie wordt op 4 juli besproken in de raadscommissie Zorg.
Pb-095