De meeste voormalig daklozen in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht hebben via het Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang op dit moment huisvesting, legale inkomsten en zorg. Desondanks slapen er nog mensen buiten. Dit zijn er volgens schattingen minder dan vorig jaar (250 versus 290). Bijna driekwart van de daklozen die in 2012 buiten slaapt heeft geen regiobinding met de stad en kan daardoor geen rechtmatig beroep doen op structurele zorg. Het aandeel daklozen uit de nieuwe EU lidstaten stabiliseert rond gemiddeld 22%. Dit blijkt uit onderzoek in de G4 door de Academische Werkplaats G4-USER. Dit onderzoek, waarin het aantal daklozen en hun kenmerken in kaart worden gebracht, is de afgelopen winterperiode voor het tweede jaar uitgevoerd.
Aantallen en kenmerken
Tijdens de winterkouderegeling zijn gemiddeld 991 personen per nacht opgevangen in de vier grote steden tezamen. Vorig jaar was dit een vergelijkbaar aantal, namelijk 1002. Hoe groter de stad, hoe groter het aantal daklozen. Gemiddeld waren op elke 10.000 inwoners van 15 jaar en ouder, vijf bedden nodig om daklozen onderdak te bieden. In alle steden bestaat deze groep voor 90% uit mannen. De gemiddelde leeftijd van de daklozen is 41 jaar. De helft van de groep heeft een niet-Nederlandse nationaliteit. In Den Haag is het aandeel van mensen uit de nieuwe EU lidstaten hoger, in Amsterdam gaat het relatief vaak om personen uit de oude EU lidstaten en in Rotterdam waren er meer daklozen met de Nederlandse nationaliteit. Het aantal daklozen uit de nieuwe EU landen is gestabiliseerd. In 2010/2011 was dit voor de G4 gemiddeld 23%, dit jaar 22%. In Amsterdam, waar dit onderzoek al vaker is uitgevoerd, is na een jarenlange stijging voor het eerst sprake van een daling. Bijna de helft van de respondenten is het afgelopen jaar dakloos geworden of naar één van de 4 steden verhuisd. Toch stijgt het totale aantal daklozen niet. Dit betekent dat een even grote groep weer een vorm van huisvesting vindt of uit de stad vertrekt.
Buitenslapers
Er blijken nog steeds mensen buiten te slapen. 40% van de daklozen geeft aan in de maand voorafgaand aan het onderzoek een of meer nachten buiten te hebben geslapen. De totale groep daklozen (buiten- en niet-buitenslapers) brengt de nachten gemiddeld als volgt door: 45% in de opvang, 19% buiten, 36% elders (vrienden/kennissen, hulpverlening, politiebureau of penitentiëre inrichting). De mate waarin buiten geslapen wordt, varieert tussen de steden. Het geschatte aantal buitenslapers op één gemiddelde nacht buiten de tijd van de winterkouderegeling, was in het hoogst in Amsterdam (150) en het laagst in Utrecht (15). Den Haag (40) en Rotterdam (45) zaten er tussen in.
Hoewel de trends tussen de steden verschillen, zijn er op een gemiddelde nacht voor de G4 samen naar schatting minder buitenslapers (250 t.o.v. 290 vorig jaar). Bijna driekwart van deze mensen heeft geen toegang tot de gestructureerde hulpverlening omdat ze nog niet lang genoeg in de stad verblijven, hier nooit officieel hebben verbleven of niet voldoen aan de toelatingscriteria voor maatschappelijke opvang.
Onderzoek tijdens winterkouderegeling
Het G4-user onderzoek naar daklozen is in de vier grote steden gelijktijdig op gelijke wijze uitgevoerd in de nachtopvang tijdens de winterkouderegeling. Ook mensen die normaliter geen gebruik mogen maken van de nachtopvang komen dan in beeld. De regels zijn soepeler, de opvangcapaciteit wordt aangepast aan de vraag, de opvang is gratis en buitenslapers worden door hulpverlening en politie gestimuleerd om van de opvang gebruik te maken. De mensen die gebruik hebben gemaakt van de gewone nachtopvang of de extra winterkoudebedden zijn voor dit onderzoek geïnterviewd en de cliëntregistraties van de opvangvoorzieningen zijn geanalyseerd.
Academische werkplaats
Dit onderzoek is uitgevoerd binnen G4-USER (Urban Social Exclusion Research), de Academische Werkplaats OGGZ van de G4. Doel van G4-USER is de academisering van de OGGZ door de opbouw van een kennisinfrastructuur die praktijk, beleid en wetenschap met elkaar verbindt. Met academisering wordt bedoeld dat uitvoeringsinstellingen meer evidence based werken, universiteiten meer vraaggestuurd onderzoek uitvoeren en dat er een goede wisselwerking is tussen beide partijen. Het gaat om academisering van de praktijkinstellingen en vermaatschappelijking van de onderzoeksinstellingen. G4-USER wordt mede gefinancierd door ZonMw voor een periode van vier jaar (2010-2013).
G4-USER is een samenwerkingsverband van:
- de GGD'en van Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht
- de universiteiten VUMC/InGeest, LUMC, ErasmusMC en UMC St Radboud